ECLI:NL:RVS:2025:4805
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verklaring van geen bezwaar wegens verbondenheid Satudarah
Appellant, werkzaam als Instructeur Zware Wapens bij het Commando Landstrijdkrachten, kreeg in 2019 zijn verklaring van geen bezwaar (VGB) ingetrokken door de minister van Defensie vanwege zijn lidmaatschap van de verboden motorclub Satudarah. Dit besluit werd bevestigd door de rechtbank en is nu ook in hoger beroep door de Raad van State bekrachtigd.
De minister baseerde het besluit op het veiligheidsonderzoek dat onvoldoende waarborgen bood dat appellant zijn vertrouwensfunctie onafhankelijk, loyaal en integer zou kunnen vervullen. De rechtbank oordeelde dat appellant nog steeds contacten onderhoudt met oud-leden van Satudarah, die strafrechtelijk zijn veroordeeld, en dat dit een risico op ongewenste beïnvloeding vormt. Het eerdere verlenen van de VGB werd niet als een gerechtvaardigd vertrouwen gezien, omdat de situatie en inzichten zijn gewijzigd na het verbod op Satudarah.
Appellant voerde aan dat hij afstand had genomen van Satudarah en dat zijn persoonlijke belangen zwaarder moesten wegen dan het belang van nationale veiligheid. De Raad van State oordeelde echter dat de minister voldoende beoordelingsruimte had en dat de belangenafweging zorgvuldig en proportioneel was gemaakt. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de verklaring van geen bezwaar aan appellant vanwege onvoldoende waarborgen voor de vertrouwensfunctie.