ECLI:NL:RVS:2025:4864
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 16 juni 2025 niet in behandeling is genomen. Appellant heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 augustus 2025 ongegrond verklaarde.
Appellant ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De voorzieningenrechter heeft het hoger beroep beoordeeld en geconcludeerd dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen zonder verdere nadere motivering, omdat het hogerberoepschrift geen relevante rechtsvragen bevat die in het belang zijn van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Het hoger beroep is derhalve ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens is het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen en is de minister niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.