ECLI:NL:RVS:2025:490
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak inzake verlenging bewaringsmaatregel vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie verlengde op 6 december 2024 de termijn van de aan de vreemdeling opgelegde bewaringsmaatregel met maximaal twaalf maanden. De rechtbank Den Haag verklaarde het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen deze verlenging ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze constateerde dat de rechtbank ten onrechte niet had geoordeeld over de beroepsgrond dat de minister met een lichter middel dan inbewaringstelling had moeten volstaan. Daarom werd de uitspraak van de rechtbank vernietigd en werd het beroep door de Raad van State inhoudelijk beoordeeld.
De Raad van State oordeelde dat de minister terecht had besloten niet met een lichter middel vol te staan, omdat de vreemdeling zijn stelling over psychische klachten onvoldoende had onderbouwd. De detentie werd niet onrechtmatig bevonden en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.