ECLI:NL:RVS:2025:4901
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toegang en vrijheidsontnemende maatregel in hoger beroep vreemdelingenrecht
Bij besluit van 21 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant de toegang tot Nederland geweigerd en een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 september 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij klaagde terecht dat de rechtbank niet ambtshalve de grensdetentie had getoetst, maar deze klacht leidde niet tot vernietiging van de uitspraak omdat de Afdeling geen aanleiding zag om de grensdetentie onrechtmatig te achten.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen vragen bevatte die van belang waren voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.