ECLI:NL:RVS:2025:4905
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens niet-ingezetenschap en onvoldoende inspanning woningzoektocht
Appellant, woonachtig te Amersfoort, verzocht om een urgentieverklaring om na zijn scheiding een zelfstandige woning nabij zijn kinderen in Utrecht te verkrijgen. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees dit verzoek af op grond van artikel 28, eerste lid, van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2023, omdat appellant niet als ingezetene werd beschouwd en niet kon aantonen eerst zelf naar een woonoplossing te hebben gezocht.
De rechtbank Midden-Nederland bevestigde deze afwijzing in haar uitspraak van 18 februari 2025. Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het college een eigen, geldige definitie van ingezetenschap hanteert binnen de Huisvestingsverordening en dat appellant niet aan deze definitie voldoet.
Omdat dit criterium voldoende is voor afwijzing, werden andere gronden niet behandeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het college werd niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.