ECLI:NL:RVS:2025:5101
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- J. Schipper-Spanninga
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Minister moet deel private schuld aan Rabobank overnemen wegens opeisbaarheid voor 1 juni 2021
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de weigering van de minister van Financiën om een private schuld aan de Rabobank over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De schuld van € 1.852,79 vloeit voort uit een doorlopend krediet. De minister weigerde overname omdat de schuld niet voor 1 juni 2021 opeisbaar zou zijn geweest.
De rechtbank oordeelde dat de schuld pas na 1 juni 2021 opeisbaar was, omdat een ingebrekestelling vereist is voor opeisbaarheid van de hoofdsom. Appellante stelde dat ten minste een achterstand van twee maandtermijnen voor 1 juni 2021 bestond, waardoor een deel van de schuld opeisbaar was. De Raad van State volgt dit en stelt vast dat het bedrag van € 158,84 op 5 mei 2021 opeisbaar was volgens de algemene voorwaarden van de Rabobank.
Het resterende deel van de schuld (€ 1.693,95) was echter niet opeisbaar voor 1 juni 2021 omdat geen ingebrekestelling eerder dan 4 juni 2021 is verstuurd. De hardheidsclausule wordt niet toegepast omdat geen bijzondere of schrijnende omstandigheden zijn aangetoond. De Raad vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat de minister het deel van € 158,84 moet overnemen. Tevens worden proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: Minister moet het deel van de schuld aan de Rabobank van € 158,84 overnemen omdat dit voor 1 juni 2021 opeisbaar was.