ECLI:NL:RVS:2025:5148
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel na vertrek naar land van herkomst
Appellant heeft bij besluit van 3 oktober 2022 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Tevens is hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en is een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
Appellant heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 15 juli 2024 het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde, met uitzondering van de afwijzing van de verblijfsvergunning. Hiertegen heeft appellant hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure heeft appellant verklaard te zijn vertrokken naar Syrië, zijn land van herkomst, en heeft hij ingestemd met beëindiging van openstaande procedures. Hierdoor heeft hij geen belang meer bij de beoordeling van het hoger beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag. De Afdeling verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang van appellant.