ECLI:NL:RVS:2025:5171
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vrijheidsontnemende maatregel in hoger beroep bestuursrecht
Bij besluit van 25 mei 2025 legde de minister van Asiel en Migratie aan appellant een vrijheidsontnemende maatregel op. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 4 juni 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling nam de motivering van de rechtbank over en oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling zag geen aanleiding om de grensdetentie onrechtmatig te achten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel blijft gehandhaafd.