ECLI:NL:RVS:2025:5234
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlenging overdrachtstermijn in Dublinprocedure door Raad van State
De minister van Asiel en Migratie heeft appellant bij brief van 14 juli 2025 geïnformeerd over de verlenging van de overdrachtstermijn met twaalf maanden in het kader van de Dublinprocedure. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 19 september 2025 ongegrond verklaarde.
Appellant ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden. De rechtsvraag over onderduiken binnen de Dublinverordening was reeds door de Afdeling beantwoord in een eerdere uitspraak van 10 september 2025.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 4 november 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.