ECLI:NL:RVS:2025:5236
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor bedrijfsmatige hondenopvang in woongebied
Het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen legde aan verzoekster een last onder dwangsom op om haar hondenopvang op een woonperceel te beëindigen, omdat deze niet is toegestaan volgens het bestemmingsplan "Heerenveen-De Greiden". Verzoekster runt een hondenoppas- en uitlaatservice vanuit haar woning en betwist dat haar activiteit niet vergelijkbaar is met de in het bestemmingsplan toegestane aan huis verbonden beroepen of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoekster ongegrond en oordeelde dat de hondenopvang niet vergelijkbaar is met de toegestane activiteiten, waardoor het college bevoegd is handhavend op te treden. Verzoekster stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter constateert dat het college bij zijn beoordeling niet voldoende rekening heeft gehouden met de feitelijke omstandigheden en de concrete bedrijfsvoering van de hondenopvang. Hoewel het college een abstracte toets hanteert om rechtszekerheid te waarborgen, mag het niet volledig voorbijgaan aan de specifieke situatie. De voorzieningenrechter oordeelt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de hondenopvang niet vergelijkbaar zou zijn met de toegestane activiteiten.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en worden de besluiten van het college geschorst. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van verzoekster.
Uitkomst: De Raad van State schorst het handhavingsbesluit en het besluit op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen.