ECLI:NL:RVS:2025:5275
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen overdracht aan Duitsland op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke niet in behandeling is genomen. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker tegen deze beslissing ongegrond. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, waarmee de voorgenomen overdracht aan Duitsland op grond van de Dublinverordening zou worden opgeschort.
De voorzieningenrechter overweegt dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Daarnaast wordt meegewogen dat de overdrachtstermijn aan Duitsland op 9 november 2025 verstrijkt en dat de overdracht geen onomkeerbare gevolgen heeft. Indien Nederland uiteindelijk verantwoordelijk blijkt te zijn, kan verzoeker vanuit Duitsland worden teruggeleid.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en bepaalt dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 3 november 2025 door mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de overdracht aan Duitsland wordt afgewezen.