ECLI:NL:RVS:2025:5294
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- N. Verheij
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake proceskostenvergoeding bij overschrijding redelijke termijn
Appellanten hadden bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot intrekking van hun verblijfsvergunningen en afwijzing van verlengingsverzoeken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar kende appellanten een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelde de minister en de Staat tot betaling van proceskosten met een wegingsfactor van 0,25.
In hoger beroep betoogden appellanten dat deze wegingsfactor te laag was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat bij verzoeken om vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn een wegingsfactor van 0,5 toepasselijk is, gelijk aan die bij beroepen tegen niet tijdig beslissen.
De Afdeling vernietigde daarom het deel van het vonnis waarin de lagere wegingsfactor werd toegepast en veroordeelde de minister en de Staat tot betaling van hogere proceskostenvergoeding. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard en proceskostenvergoeding verhoogd met wegingsfactor 0,5.