ECLI:NL:RVS:2025:5324
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- B.P.M. van Ravels
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Raad van State vernietigt uitspraak rechtbank inzake subsidiecorrecties theaterproject
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verleende in 2019 een subsidie van €638.442,- aan Stichting WAT WE DOEN voor een theaterproject. Na financiële controle stelde de minister de subsidie definitief vast op €448.298,- en vorderde te veel betaalde voorschotten terug. De stichting maakte bezwaar, waarna de subsidie werd verhoogd naar €458.759,- en het terugvorderingsbedrag verlaagd.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van de stichting gegrond en vernietigde het besluit van de minister. De rechtbank oordeelde onder meer dat de loonkosten van medewerkers via payroll als directe loonkosten konden worden aangemerkt en dat acteurs de overeengekomen prestatie hadden geleverd ondanks annulering van voorstellingen.
De minister stelde hoger beroep in. De Raad van State oordeelde dat de loonkosten via payroll externe kosten zijn waarvoor marktconformiteit moet worden aangetoond via aanbesteding, wat niet was gebeurd. Ook was het terecht dat de subsidie werd verlaagd omdat het project niet volledig is uitgevoerd door coronamaatregelen. De extrapolatie van kosten buiten de projectperiode was eveneens toegestaan. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de stichting ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van de stichting ongegrond verklaard.