ECLI:NL:RVS:2025:5329
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening toeslag vergoeding rechtsbijstand asielprocedure
Appellante heeft verzocht om herziening van een besluit waarbij zij een vergoeding voor rechtsbijstand in een asielprocedure ontving, met de toevoeging van een toeslag op grond van artikel 5a, tweede lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand (Bvr). De raad voor rechtsbijstand wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de vraag over de toeslag al kon worden beantwoord op basis van de feiten die op het moment van de aanvullende declaratie van 27 september 2020 bekend waren. Appellante had geen rechtsmiddelen tegen het oorspronkelijke besluit ingezet, waardoor dit besluit onherroepelijk was geworden.
In hoger beroep heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat de raad terecht geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden aannam en dat de afwijzing van het verzoek om herziening niet evident onredelijk is. De stelling van appellante dat in een andere zaak wel een toeslag was toegekend, werd niet onderbouwd en bood geen grond voor herziening.
De Afdeling bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om herziening bevestigd.