ECLI:NL:RVS:2025:5333
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving en dwangsom bij illegale bouw en strijd met bestemmingsplan in Haarlemmermeer
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer legde aan [appellante], eigenaar van een perceel in Zwanenburg, een last onder dwangsom op om overtredingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) te beëindigen. Het ging om illegale aanbouwen en het realiseren van twee zelfstandige woningen waar slechts één was toegestaan volgens het bestemmingsplan.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond en bevestigde de handhaving. In hoger beroep stelde [appellante] dat de last onder dwangsom onduidelijk was en dat het college haar niet de mogelijkheid had geboden om een omgevingsvergunning aan te vragen voor de erfmuren. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze bezwaren en bevestigde de rechtmatigheid van de last.
Het college vorderde vervolgens een dwangsom van € 5.000 wegens het niet volledig voldoen aan de last, omdat buitenmuren die als erfafscheiding dienen niet waren verwijderd. [appellante] betoogde dat zij niet volledig kon voldoen omdat de buren mede-eigenaar zijn van de muren en weigeren mee te werken. De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende had onderzocht of deze eigendomssituatie de uitvoerbaarheid van de last in de weg stond en vernietigde het invorderingsbesluit wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.
Het hoger beroep tegen het handhavingsbesluit werd ongegrond verklaard, maar het beroep tegen het invorderingsbesluit werd gegrond verklaard. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 907.
Uitkomst: Handhavingsbesluit bevestigd, invorderingsbesluit dwangsom vernietigd wegens schending zorgvuldigheidsbeginsel.