ECLI:NL:RVS:2025:5350
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring bezwaar tegen ingebrekestelling Dienst Toeslagen
Appellante verzocht de Dienst Toeslagen om toezending van alle correspondentie en documenten over haar kinderopvangtoeslag 2016. Na uitblijven van reactie stuurde zij een ingebrekestelling, die de Dienst Toeslagen onterecht vond. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat het verstrekken van een dossier een feitelijke handeling is, geen besluit in de zin van de Awb.
Appellante stelde in hoger beroep dat haar verzoek een AVG-verzoek was en dat de ingebrekestelling terecht was, met verbeurde dwangsommen. Ook betoogde zij dat de rechtbank onterecht stukken buiten beschouwing liet en de vergoeding wegens overschrijding redelijke termijn ten onrechte afwees.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht stukken buiten beschouwing liet wegens strijd met goede procesorde. Het verzoek was geen AVG-verzoek maar een dossieraanvraag, een feitelijke handeling zonder rechtsgevolg, waardoor dwangsomregeling niet van toepassing is. De afwijzing van de schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn werd bevestigd vanwege bijzondere omstandigheden en het niet reageren van appellante op hoorzittingen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.