ECLI:NL:RVS:2025:5409
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in vreemdelingenrechtelijke zaak betreffende afgifte document rechtmatig verblijf
Op 13 november 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak waarin de minister van Asiel en Migratie een verzoek om voorlopige voorziening had ingediend. Dit verzoek volgde op een uitspraak van de rechtbank Den Haag, die op 23 september 2025 het beroep van betrokkene gegrond had verklaard en de minister had opgedragen om binnen acht weken een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van betrokkene tegen de afwijzing van zijn aanvraag om afgifte van een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan aantoont.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 24 juli 2023 de aanvraag van betrokkene afgewezen. Na het ongegrond verklaren van het bezwaar door de staatssecretaris op 15 februari 2024, heeft betrokkene beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat de minister een nieuw besluit moest nemen, wat leidde tot het hoger beroep van de minister bij de Raad van State.
In de overwegingen van de voorzieningenrechter werd vastgesteld dat de belangen van zowel de minister als betrokkene in overweging werden genomen. De voorzieningenrechter besloot echter geen voorlopige voorziening te treffen, omdat de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank geen onomkeerbare gevolgen zou hebben en de minister niet onredelijk belast zou worden door de uitvoering van de uitspraak. Het verzoek van de minister werd afgewezen, en zij werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, die op € 907,00 werden vastgesteld, geheel toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.