ECLI:NL:RVS:2025:5445
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening beroepschrift
De raad legde appellant een betalingsverplichting op, waartegen appellant bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend. Appellant diende het beroepschrift met dagtekening op de uiterste dag in de brievenbus van het gerechtsgebouw, maar de griffie stempelde de ontvangst op de dag erna. Appellant kon niet aannemelijk maken dat het beroepschrift daadwerkelijk op de uiterste dag was gedeponeerd. Bovendien had appellant het beroepschrift digitaal kunnen indienen na sluitingstijd.
In hoger beroep betoogde appellant dat telefonisch was bevestigd dat een beroepschrift dat na sluitingstijd in de brievenbus wordt gedeponeerd toch tijdig is. De Afdeling oordeelde dat het aan appellant is om aannemelijk te maken dat het beroepschrift eerder door de geadresseerde is ontvangen dan het stempel vermeldt, hetgeen niet is gebeurd. Verwijzing naar eerdere jurisprudentie over postverzending was niet relevant voor de deponeringswijze.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het beroep wordt bevestigd.