ECLI:NL:RVS:2025:5533
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over onrechtmatige grensdetentie en afwijzing schadevergoeding
De minister van Asiel en Migratie legde op 3 februari 2025 een vrijheidsontnemende maatregel op aan betrokkene. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 20 februari 2025 het beroep gegrond verklaarde, de maatregel ophefte en schadevergoeding toekende.
De minister ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het Justitieel Complex Schiphol wel een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is zoals bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Opvangrichtlijn, en dat de tenuitvoerlegging van de grensdetentie daarom niet onrechtmatig was.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond en het beroep ongegrond, en wees het verzoek om schadevergoeding af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 14 november 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het beroep van betrokkene ongegrond en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.