ECLI:NL:RVS:2025:5533

Raad van State

Datum uitspraak
14 november 2025
Publicatiedatum
14 november 2025
Zaaknummer
202501060/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 10 Opvangrichtlijn
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging uitspraak rechtbank over onrechtmatige grensdetentie en afwijzing schadevergoeding

De minister van Asiel en Migratie legde op 3 februari 2025 een vrijheidsontnemende maatregel op aan betrokkene. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 20 februari 2025 het beroep gegrond verklaarde, de maatregel ophefte en schadevergoeding toekende.

De minister ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het Justitieel Complex Schiphol wel een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is zoals bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Opvangrichtlijn, en dat de tenuitvoerlegging van de grensdetentie daarom niet onrechtmatig was.

De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond en het beroep ongegrond, en wees het verzoek om schadevergoeding af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 14 november 2025.

Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het beroep van betrokkene ongegrond en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

202501060/1/V3.
Datum uitspraak: 14 november 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 20 februari 2025 in zaak nr. NL25.5673 in het geding tussen:
[betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 3 februari 2025 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
Bij uitspraak van 20 februari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       De minister komt terecht op tegen het oordeel van de rechtbank dat het Justitieel Complex Schiphol geen gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is in de zin van artikel 10, eerste lid, van de Opvangrichtlijn en dat de tenuitvoerlegging van de grensdetentie daarom onrechtmatig is. De Afdeling verwijst naar haar uitspraken van 29 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:258, en 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:789.
1.1.    De grief slaagt.
2.       Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Omdat er geen beroepsgronden zijn die de rechtbank niet heeft besproken en de Afdeling ook ambtshalve geen reden ziet om de grensdetentie onrechtmatig te achten, is het beroep alsnog ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
3.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 20 februari 2025 in zaak nr. NL25.5673;
III.      verklaart het beroep ongegrond;
IV.     wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. N.A. de Jong, griffier.
w.g. Soffers
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. De Jong
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 november 2025
981