ECLI:NL:RVS:2025:555

Raad van State

Datum uitspraak
12 februari 2025
Publicatiedatum
12 februari 2025
Zaaknummer
202400714/5/A2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzet tegen niet-betaald griffierecht in hoger beroep bestuursrecht

In deze zaak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het hoger beroep van opposante niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald, ondanks aanmaning. Opposante heeft hiertegen verzet ingesteld.

De Afdeling heeft de zaak op zitting behandeld, waarbij opposante niet is verschenen. De Afdeling oordeelt dat het verzet niet-ontvankelijk is wegens misbruik van recht, verwijzend naar een gelijktijdige uitspraak waarin de motivering nader is uitgewerkt.

De beslissing bevestigt dat het niet voldoen aan de griffierechten ondanks aanmaning een geldige grond is voor niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep en dat het instellen van verzet in deze omstandigheden als misbruik van recht wordt beschouwd. Het verzet wordt daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.

Uitspraak

202400714/5/A2.
Datum uitspraak: 12 februari 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzet (artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van:
[opposante], wonend in [woonplaats],
opposante,
tegen de uitspraak van de Afdeling van 22 april 2024 in zaak nr. 202400714/3/A3.
Procesverloop
Bij uitspraak van 22 april 2024, in zaak nr. 202400714/3/A3, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling het hoger beroep van [opposante] tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 25 januari 2024, met zaaknummer 22/759, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [opposante] verzet gedaan.
De Afdeling heeft de zaak aan de orde gesteld op de zitting van 23 januari 2025. [opposante] is zonder bericht niet verschenen.
Overwegingen
Geschil
1.       In voormelde uitspraak van 22 april 2024 heeft de Afdeling het hoger beroep van [opposante] kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat het griffierecht, ook na aanmaning, niet is betaald. [opposante] doet verzet tegen deze uitspraak.
Oordeel
2.       Het verzet is niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht. Voor de motivering van het oordeel dat [opposante] misbruik van recht maakt, verwijst de Afdeling naar haar uitspraak van vandaag in zaak nummer 202401634/1/A2 (ECLI:NL:RVS:2025:467, r.o. 4-4.5).
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. W. den Ouden, voorzitter, en mr. J.M. Willems en mr. J. Schipper-Spanninga, leden, in tegenwoordigheid van mr. I.S. Ouwehand, griffier.
w.g. Den Ouden
voorzitter
w.g. Ouwehand
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2025
752