ECLI:NL:RVS:2025:5564
Raad van State
- Verschoning
- E.A. Minderhoud
- H.G. Sevenster
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verschoning van een staatsraad in een bestuursrechtelijke zaak met betrekking tot de minister van Defensie
In de zaak met nummer 202307314/2/A2 heeft mr. J. Hoekstra, lid van de meervoudige kamer van de Raad van State, op 17 november 2025 een verzoek tot verschoning ingediend. Dit verzoek is gedaan in het kader van de behandeling van een andere zaak, 202307314/1/A2, die op 24 november 2025 op zitting zal worden behandeld. De staatsraad heeft aangegeven dat hij bij de voorbereiding van deze zaak heeft geconstateerd dat de minister van Defensie een van de partijen is. Aangezien de staatsraad tevens voorzitter is van de klachtencommissie voor de politietaken van de Koninklijke Marechaussee, die onder het Ministerie van Defensie valt, heeft hij verzocht zich te mogen verschonen om elke schijn van vooringenomenheid te vermijden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om verschoning beoordeeld. Ingevolge artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een rechter zich verschonen op basis van feiten en omstandigheden die de onpartijdigheid in gevaar kunnen brengen. De Afdeling heeft de motivering van de staatsraad in overweging genomen en is tot de conclusie gekomen dat het verzoek om verschoning gerechtvaardigd is. De Afdeling heeft het verzoek dan ook toegewezen, wat betekent dat mr. J. Hoekstra zich niet zal bemoeien met de behandeling van de zaak waarin de minister van Defensie betrokken is.
De beslissing is op 18 november 2025 openbaar uitgesproken door de Afdeling bestuursrechtspraak, onder leiding van voorzitter mr. E.A. Minderhoud, en de leden mr. H.G. Sevenster en mr. E.J. Daalder, in aanwezigheid van griffier mr. N. Tibold.