ECLI:NL:RVS:2025:5586
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing aanvraag document rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan
Op 19 november 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in een hoger beroep van de minister van Asiel en Migratie tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Den Haag. De zaak betreft de afwijzing van een aanvraag door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid voor een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan zou bevestigen. De aanvraag was op 22 mei 2023 afgewezen, waarna de staatssecretaris op 3 januari 2024 het bezwaar van de betrokkene ongegrond verklaarde. De rechtbank oordeelde op 6 augustus 2024 dat de afwijzing niet zorgvuldig was gemotiveerd en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister om een nieuw besluit te nemen.
In hoger beroep heeft de minister de uitspraak van de rechtbank bestreden, maar de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep ongegrond was. De rechtbank had terecht een motiveringsgebrek geconstateerd, dat eenvoudig te herstellen was. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene, die op € 907,00 werden vastgesteld, en legde een griffierecht van € 559,00 op aan de minister. De uitspraak werd openbaar uitgesproken door mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid van de enkelvoudige kamer, in aanwezigheid van mr. E.E. Pronk, griffier.