202403933/1/R2.
Datum uitspraak: 19 november 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
1. [appellante sub 1A] en [appellante sub 1B] (hierna tezamen in enkelvoud: [appellant sub 1]), beide gevestigd in Sint-Michielsgestel,
2. Vereniging Het Groene Hart Brabant (hierna: Het Groene Hart), gevestigd in Boxtel,
3. Stichting Blauwe Scholk en omgeving (hierna: Blauwe Scholk), gevestigd in Den Dungen, gemeente Sint-Michielsgestel,
appellanten,
en
de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 18 april 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Wonen op de Donk Den Dungen" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1], Het Groene Hart en Blauwe Scholk beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
Reiger Developments B.V. heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Blauwe Scholk en Het Groene Hart hebben nadere stukken en nadere reacties ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 20 oktober 2025, waar [appellant sub 1], vertegenwoordigd door [gemachtigde A], Het Groene Hart, vertegenwoordigd door mr. R. Hörchner, advocaat in Breda, en [gemachtigde B], Blauwe Scholk, vertegenwoordigd door mr. Hörchner voornoemd en [gemachtigde C], en de raad, vertegenwoordigd door mr. C.F.M. van Mierlo en drs. T. Diebels, zijn verschenen. Verder is op de zitting Reiger Developments, vertegenwoordigd door mr. R.A.M. Verkoijen, advocaat in Helmond, en [gemachtigde D] als partij gehoord.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 10 november 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Inleiding
2. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 43 woningen mogelijk op de locatie Donksestraat 19 in Den Dungen. Op die locatie zijn een agrarisch bedrijf en een graafmachineverhuurbedrijf gevestigd die worden gesaneerd ten behoeve van de beoogde woningbouw. Het plangebied ligt in het westen van de kern Den Dungen en op ongeveer 60 m van de kerk, het dorpshart van Den Dungen. De directe omgeving van het plangebied wordt gevormd door agrarische gronden aan de westzijde, woningen aan de noord- en oostzijde en niet-agrarische bedrijvigheid in de vorm van een landbouwmechanisatiebedrijf en een kantoorpand aan de zuidzijde.
De woningbouw wordt ontwikkeld door Reiger Developments. [appellant sub 1] is eigenaresse van het pand op het perceel [locatie] (‘het Raadhuis’) ten zuidoosten van het plangebied. In het pand zijn een pensioenfondskantoor en een praktijk voor specialistische kinder- en jeugdpsychologie gevestigd. [appellant sub 1] kan zich vooral niet vinden in de keuze van de locatie voor de ontsluitingsweg tussen het Raadhuis en het schoolgebouw De Blauwe Scholk (hierna: het schoolgebouw). Het Groene Hart komt op voor het behoud van de historische kern van Den Dungen en de landschappelijke waarde van het plangebied. Blauwe Scholk zet zich in voor het behoud van het schoolgebouw en het buitenterrein bij dit gebouw.
Ontvankelijkheid beroep Het Groene Hart
3. Reiger Developments betoogt dat het beroep van Het Groene Hart niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat zij geen belanghebbende bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan is. Het Groene Hart komt volgens Reiger Developments op voor een belang dat niet overeenkomt met de hoofddoelstelling in haar statuten.
3.1. De Afdeling volgt Reiger Developments niet in dit betoog. In de statuten staat als hoofddoelstelling het bijdragen aan verbetering van de milieukwaliteit in de ruimste zin des woords. Vervolgens staan er zeventien subdoelstellingen waaronder het behoud en de versterking van het groene karakter van het buitengebied in Noord-Brabant en behoud en herstel van cultuurhistorische waarden in stedelijke en buitengebiedsomgeving. De subdoelstellingen zijn bedoeld om bij te dragen aan de hoofddoelstelling. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de vermelde twee subdoelstellingen niet gelezen kunnen worden in het licht van het bijdragen aan de verbetering van de milieukwaliteit. Het Groene Hart komt in deze procedure op voor cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden in en om Den Dungen. Dit sluit aan bij de hiervoor vermelde subdoelstellingen en past daarmee ook binnen de hoofddoelstelling. Zij is daarom belanghebbende.
Het beroep van Het Groene Hart is al om deze reden ontvankelijk.
Hoe toetst de Afdeling?
4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
Intrekking beroepsgrond
5. [appellant sub 1] heeft op de zitting haar beroepsgrond dat de aanleg van de ontsluitingsweg voor de nieuwe wijk ten onrechte de verwijdering van een boom tot gevolg heeft, ingetrokken.
Tervisielegging stukken
6. Blauwe Scholk voert aan dat het plan niet zorgvuldig is voorbereid omdat informatie lijkt te ontbreken of verkeerd te zijn weergegeven. Uit het archeologisch rapport leek te volgen dat zaken nog nader moesten worden uitgewerkt. Ook waren enkele kaarten ondersteboven opgenomen.
6.1. Met wat Blauwe Scholk op deze wijze heeft aangevoerd, is de Afdeling niet duidelijk geworden welke stukken zij heeft gemist dan wel waarom de raad niet op basis van de voorhanden stukken tot besluitvorming heeft kunnen overgaan. De raad heeft weersproken dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan stukken ontbraken of onderwerpen onvoldoende waren uitgezocht. De Afdeling heeft geen aanleiding daaraan te twijfelen.
Al hierom slaagt het betoog niet.
Participatie
7. [appellant sub 1] betoogt dat over de plaats van de ontsluitingsweg met haar ten onrechte geen overleg is gevoerd. Zij is door de initiatiefnemer niet voor de omgevingsdialoog uitgenodigd. [appellant sub 1] is van de ligging van de weg achter en naast haar pand pas in een laat stadium van de planontwikkeling op de hoogte geraakt. Variant 1 is ten onrechte als enige overgebleven oplossing voor de ontsluiting aan de raad gepresenteerd.
7.1. Op 12 september 2020, in coronatijd, heeft over de planvorming een dialoog met bewoners uit de omgeving plaatsgevonden. De initiatiefnemer heeft de aanwonenden in zijn tuin uitgenodigd om op gepaste afstand kennis te nemen van de plannen. Daarnaast heeft met omwonenden uitwisseling van standpunten plaatsgevonden via e-mail. De initiatiefnemer heeft ook enkele malen met [appellant sub 1] gesproken over de planvorming. Het verslag van de omgevingsdialoog is als bijlage 12 bij de plantoelichting gevoegd. De input uit de dialoog, ook over de ligging van de ontsluitingsweg, is betrokken bij de besluitvorming. De Afdeling is van oordeel dat de participatie met de omgeving overeenkomstig het gemeentelijke participatiebeleid toereikend is ingevuld.
De Afdeling ziet verder geen aanleiding voor het oordeel dat het bestemmingsplan door wat [appellant sub 1] heeft gesteld, onzorgvuldig is voorbereid. Niet is gebleken dat de informatie die aan de raad ten behoeve van de vaststelling van het bestemmingsplan is verstrekt, ontoereikend of selectief was. Zoals [appellant sub 1] heeft gesteld, is het verkeersonderzoek uit 2022 waarin vijf varianten van de ontsluitingsweg zijn beoordeeld, aan de raadsfracties ter beschikking gesteld. Deze hebben daarmee kennis kunnen nemen van alle vijf varianten. Variant 1 is dus niet als enige mogelijke oplossing gepresenteerd.
Het betoog slaagt niet.
Aantasting gebied
8. Blauwe Scholk wijst erop dat het plangebied een cultuurhistorisch waardevol gebied is. De woningbouw hier is te omvangrijk en deze tast dit gebied en de doorzichten vanaf de Donksestraat op dit gebied aan. Ook tast het bestemmingsplan de cultuurhistorische waarde van de historische dorpskern van Den Dungen waaronder het schoolgebouw, aan. De raad heeft volgens Blauwe Scholk ten onrechte geen rekening gehouden met de dorpse structuur met lintbebouwing en het historische karakter. Daarbij wijst zij ook op de bloksgewijze indeling van de bouwvlakken voor de nieuwe woningen. Het rapport ‘Visie Ruimtelijke ontwikkeling Den Dungen’ van Hoogstad Architectuur & Stadsontwerp van 2019, waarop het plan steunt, is niet volwaardig en dient te worden aangevuld met onderzoek. Zulk onderzoek is volgens haar ten onrechte achterwege gebleven. Zij acht het bestemmingsplan strijdig met artikel 3.1.6, vijfde lid, aanhef en onder a, van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro).
Ook Het Groene Hart acht het bestemmingsplan strijdig met artikel 3.1.6, vijfde lid, aanhef en onder a, van het Bro. Zij voert aan dat ten onrechte bebouwing in een belangrijk historisch stedenbouwkundig open gebied mogelijk wordt gemaakt. Voor de sloop van slechts twee veestallen, een schuur en een bejaardenwoning komen maar liefst 43 woningen terug. Deze bebouwing op agrarische percelen brengt schade toe aan de historische structuur van de oude kern en tast de verwevenheid met het westelijk gelegen buitengebied aan. Dit cultuurhistorische waardenverlies is ten onrechte niet in de belangenafweging aan de orde gekomen. Het plan berust niet op een integrale ontwikkelingsvisie voor de kom van Den Dungen. Ook Het Groene Hart wijst erop dat de Visie Ruimtelijke ontwikkeling van Hoogstad tekortschiet.
8.1. Artikel 3.1.6, vijfde lid, aanhef en onder a, van het Bro bepaalt dat, voor zover bij de voorbereiding van het bestemmingsplan geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin onder meer het hierna volgende onderdeel is beschreven, in de toelichting ten minste wordt neergelegd een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden.
8.2. De raad is in de plantoelichting op verschillende plaatsen ingegaan op de aanwezigheid van cultuurhistorische en landschappelijke waarden in het plangebied. Hij heeft gesteld dat provinciale regels voor de bescherming van dergelijke waarden wat betreft het plangebied niet specifiek van toepassing zijn. Het provinciale beleid verzet zich ook niet tegen woningbouw hier. Het gebied is altijd agrarisch gebruikt en er staan agrarische gebouwen. Ook staat in de plantoelichting dat met de aanwezige waarden in het stedenbouwkundig plan rekening is gehouden. De raad heeft onder meer verwezen naar de Visie ruimtelijke ontwikkeling van Hoogstad waarin is ingegaan op de mogelijke bebouwing van het plangebied. Verder heeft de raad in paragraaf 4.2 van de plantoelichting de verplichting uit het Bro om in de plantoelichting in te gaan op de aanwezigheid van cultuurhistorische waarden benoemd. Er staat dat het plangebied geen beeldbepalende kwaliteit bezit. De Afdeling maakt hieruit op dat de raad van mening is dat de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het plangebied beperkt zijn. Als de raad zich op dit standpunt heeft kunnen stellen, waarop de Afdeling hierna ingaat, bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het bestemmingsplan in strijd met artikel 3.1.6, vijfde lid, aanhef en onder a, van het Bro is vastgesteld. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 4 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5005. 8.3. De Afdeling stelt voorop dat geen sprake is van een wettelijk beschermd regime voor cultuurhistorische waarden in het plangebied. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is het plangebied aangeduid als deels verstedelijking en deels verstedelijking afweegbaar. Gronden meer naar het westen, ruim buiten het plangebied, zijn in die verordening aangeduid als aardkunde en cultuurhistorie. Dit maakt dat het plangebied volgens provinciaal beleid in beginsel geschikt is voor woningbouw en dat hier geen te beschermen cultuurhistorische waarden zijn. De raad is daarbij aangesloten. De raad heeft de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het plangebied beperkt van betekenis geacht. De raad heeft zich naar het oordeel van de Afdeling op dat standpunt kunnen stellen. De raad heeft erop kunnen wijzen dat het plangebied voor een groot deel in gebruik is bij het agrarische bedrijf en het graafmachineverhuurbedrijf en dat dit wordt omsloten door woningen aan de noord- en oostzijde en niet-agrarische bedrijvigheid in de vorm van een landbouwmechanisatiebedrijf en een kantoorpand aan de zuidzijde. Het gaat dus niet om een volledig open gebied. De raad heeft voor dit gebied daarom niet willen vasthouden aan de gebiedsaanduiding "historisch landschappelijk gebied" in het bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Michielsgestel" uit 2010. De door Blauwe Scholk bedoelde cultuurhistorische waardenkaart herziening 2024 geeft een omlijning voor zeer hoge historische waarden voor stedenbouw, maar dat betreft de bebouwing van Den Dungen. Die bebouwing, met onder meer het Raadhuis en het schoolgebouw, ligt buiten het plangebied. Dat de cultuurhistorische waarde van het Raadhuis en het schoolgebouw door de woningen wordt aangetast, heeft de raad niet hoeven aannemen. De monumentale waarde van die gebouwen strekt niet zo ver dat in de nabijheid daarvan geen nieuwe bebouwing mag komen. De raad is verder ingegaan op de doorzichten naar het ten westen van het plangebied gelegen open gebied. Voor het plangebied is vervolgonderzoek neergelegd in het landschapsplan van Van Dooren Landschap van 29 februari 2024 dat als bijlage 3 bij de planregels en als bijlage 1 bij de plantoelichting is gevoegd. In de artikelen 3.3.1 en 6.4.1 van de planregels zijn voor de landschappelijke inpassing conform het landschapsplan voorwaardelijke verplichtingen opgenomen als specifieke gebruiksregels. De raad heeft zich naar het oordeel van de Afdeling op het standpunt kunnen stellen dat in het landschapsplan rekening is gehouden met het historische landschap en de ontwikkeling van het gebied in de loop van de tijd. Zoals de raad heeft gesteld, is het concept van het plan gebaseerd op de combinatie 'nieuw met oud' (wonen binnen een cultuurhistorische setting). Door de aanleg van nieuwe groenstructuren geënt op de kleinschalige verkaveling van het historische landschap, zal de woonwijk een dorpse en landelijke uitstraling krijgen. Door het concept wordt de lintbebouwde structuur van de Donksestraat, die overigens geen beschermde wettelijke status heeft, afgerond. De woonwijk dient voor woningbouw in een zeer ruime setting in combinatie met openbaar groen, waterberging en een speelplek voor kinderen. Door de wijze van situering van de bouwvlakken worden zichtlijnen vanuit het centrum en de Donksestraat richting het westelijk gelegen weidegebied zoveel als mogelijk gehandhaafd. Hiermee heeft de raad deugdelijk toegelicht hoe wordt voorzien in de doorzichten naar het westelijk van het plangebied gelegen open gebied. Gelet op het voorgaande, heeft de raad het bestemmingsplan niet vastgesteld in strijd met artikel 3.1.6, vijfde lid, onder a, van het Bro.
8.4. De raad heeft verder overwogen dat de planlocatie een logische plek voor invulling met woningbouw is. Wat dit betreft heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat bij voorkeur in gebieden die geschikt zijn voor verstedelijking moet worden gezocht naar mogelijkheden voor woningbouw. De raad heeft zich naar het oordeel van de Afdeling op het standpunt kunnen stellen dat woningbouw op deze locatie kan worden beschouwd als afronding van de bestaande dorpskern. Woningbouw in het plangebied is in overeenstemming met het gemeentelijke beleid, zoals neergelegd in de Visie Ruimtelijke ontwikkeling, vastgesteld door de raad op 31 oktober 2019. Dat wat in de Visie Ruimtelijke ontwikkeling is uiteengezet nog niet volledig is uitgedacht, zoals Blauwe Scholk en Het Groene Hart aanvoeren, acht de Afdeling niet doorslaggevend. Het gaat daarbij om mogelijke bouwontwikkelingen eerst aan de oostzijde van Den Dungen en daarna mogelijk aan de westzijde. Daarmee wordt niet gedoeld op het gebied van het nu voorliggende bestemmingsplan. De raad heeft in zijn afweging van belang kunnen achten dat met het beëindigen van het agrarische bedrijf en het graafmachineverhuurbedrijf in het plangebied ruimte voor woningbouw ontstaat, waar grote behoefte aan is. Aan de milieugevolgen van beide bedrijven, waaronder een geurcontour die met de agrarische bestemming nog relevantie had, komt daarmee een einde wat de leefbaarheid in Den Dungen ten goede komt. De met de bedrijven verband houdende bebouwing wordt gesloopt. In de afweging van de belangen heeft de raad een zwaar gewicht kunnen toekennen aan de belangen van de woningbouw.
8.5. De betogen slagen niet.
Ontsluitingsweg
9. Blauwe Scholk en Het Groene Hart voeren aan dat de plek voor de ontsluitingsweg niet veilig is. Hierdoor komt er een weg bij op een al drukke kruising. Er blijft daar nauwelijks ruimte over voor voetgangers en fietsers. Verder leiden de aanleg en het gebruik van de ontsluitingsweg tot schade aan het buitenterrein bij het schoolgebouw. Daar komt bij dat de ontsluitingsweg het ensemble van het historische schoolgebouw en het Raadhuis aantast omdat dit ensemble wordt doorsneden. De raad had volgens hen moeten kiezen voor een van de andere onderzochte alternatieven. Daarbij wijzen zij met name op de noordelijke (variant 4) en zuidelijke (variant 5) route.
9.1. De raad moet bij de keuze van een bestemming een afweging maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsruimte. De voor- en nadelen van alternatieven moeten in die afweging worden meegenomen.
De raad wijst erop dat vijf potentiële ontsluitingsroutes zijn uitgewerkt in een verkeerskundige inventarisatie. De verschillende varianten zijn opgenomen in het rapport ‘Verkeerskundig onderzoek Wonen op de Donk’ van Megaborn van 22 april 2022 (hierna: verkeersrapport). Daarin staat dat aan alle varianten voor- en nadelen kleven. Deze houden onder meer verband met weerstand van omwonenden, de lengte van de weg, de kosten en/of de doorsnijding van open gebied naar het zuiden.
Voor zover het betreft de noordelijke variant naar de Korte Donksestraat, waar nu in het plan met een smalle verkeersbestemming een route voor langzaam verkeer en calamiteiten is voorzien, heeft de raad onder meer van belang geacht dat een ontsluitingsweg voor regulier autoverkeer ook hier op bezwaren van omwonenden stuit. Voor zover het betreft de zuidelijke variant naar de Grote Molenstraat heeft de raad toegelicht dat hiervoor van de kant van de provincie geen instemming wordt verkregen omdat de weg dan door open gebied zou gaan.
De raad heeft in het bestemmingsplan een keuze gemaakt voor variant 1. Aan die variant kleven volgens de raad de minste bezwaren. Dit is ook de variant met de minste kosten. De variant gaat deels via het terrein van het schoolgebouw. Dit is de kortste route van en naar de woningbouwlocatie. Aan de bezwaren in het verkeersrapport tegen die ontsluiting wordt tegemoetgekomen door de bestaande weginrichting aan te passen. De raad wijst erop dat bij de keuze voor de ontsluitingsweg de aanbevelingen uit het verkeersrapport zijn overgenomen. Het uiteindelijke ontwerp voor deze ontsluitingsweg is een verbeterde versie ten opzichte van het rapport. Met de aanbevolen aanpassingen is deze route volgens de raad veilig en uitvoerbaar. De gronden waar de ontsluitingsweg zijn voorzien, zijn eigendom van de gemeente en initiatiefnemer. Er is gekozen voor een ontvlechting van gemotoriseerd en langzaam verkeer. Langzaam verkeer krijgt een eigen route langs het schoolgebouw. In het uiteindelijke ontwerp is het gedeelte van de Donksestraat, waar gemotoriseerd verkeer gebruik maakt van de weg, verbreed tot 6 m, zo stelt de raad. De raad wijst erop dat door het plaatsen van plantenbakken bij de kruising met de Bosscheweg het kruispunt overzichtelijker en beter te begrijpen wordt. Deze verkeerstechnische invulling is volgens de raad ook een verbetering voor de veiligheid in de huidige ‘shared space’-situatie. Voetgangers waaronder bezoekers van de praktijk van [appellant sub 1], krijgen zo een veiligere loopruimte langs de Bosscheweg. Ook krijgen voetgangers bij het oversteken een veiligere positie, omdat ze achter de plantenbakken kunnen staan. De raad heeft met deze afweging naar het oordeel van de Afdeling deugdelijk gemotiveerd dat het gebied rond de kruising, ook als daar de ontsluitingsweg op aantakt, veilig kan worden gebruikt. Wat betreft de gestelde aantasting van het ensemble van het Raadhuis en het schoolgebouw, overweegt de Afdeling dat niet is gebleken dat deze gebouwen samen als ensemble zijn beschermd. Bovendien gaat het hier om een plek waar ook nu al kan worden gereden.
Gelet op het voorgaande, heeft de raad naar het oordeel van de Afdeling deugdelijk gemotiveerd waarom wat betreft de ligging van de ontsluitingsweg is gekozen voor variant 1 en niet voor een van beide andere hierboven genoemde varianten.
De betogen slagen niet.
Gebruik ontsluitingsweg door bouwverkeer
10. [appellant sub 1] voert aan dat de ontsluitingsweg in strijd is met de Visie Ruimtelijke ontwikkeling omdat het gebied tussen het Raadhuis en het schoolgebouw geen verkeersfunctie heeft, maar autoluw is bedoeld met ruimte voor groen. Door het bouwverkeer over de ontsluitingsweg zal een onveilige verkeerssituatie voor kinderen en hun ouders rond het Raadhuis ontstaan. De situatie is al weinig overzichtelijk doordat er geen gekaderde rijbanen zijn. In de nieuwe situatie zullen er vijf wegen rondom het Raadhuis liggen. Dit leidt tot een ernstige belemmering voor de praktijk als te behandelen kinderen door geluidhinder van zwaar bouwverkeer worden afgeleid.
Blauwe Scholk en Het Groene Hart voeren aan dat de gevolgen van het bouwverkeer voor de aanwezige monumenten niet zijn onderzocht.
10.1. De vrees van [appellant sub 1] voor verkeersonveiligheid en geluidhinder in relatie tot het gebruik van de ontsluitingsweg tijdens de bouwfase door zwaar verkeer gaat niet over het bestemmingsplan zelf maar over de uitvoering daarvan. Voor zover het [appellant sub 1] erom gaat dat de door haar te verlenen zorg niet wordt verstoord door het bouwverkeer, is op de zitting gesteld dat onder meer over de tijden van aan- en afrijdend verkeer met de initiatiefnemer afspraken kunnen worden gemaakt. Voor zover het Blauwe Scholk en Het Groene Hart erom gaat schade te voorkomen aan onder meer het schoolgebouw, is van belang dat voor het begin van de bouw een nulmeting zal worden uitgevoerd. Uitvoeringskwesties kunnen in deze procedure verder niet aan de orde komen. De Afdeling bespreekt deze beroepsgronden daarom niet inhoudelijk.
De betogen slagen niet.
Gelet hierop, wordt niet toegekomen aan het betoog van Reiger Developments dat het gebruik van het Raadhuis door [appellant sub 1] voor het aanbieden van zorg strijdig is met de voor die locatie geldende planologische regeling.
Parkeren
11. [appellant sub 1] voert aan dat de ontsluitingsweg in strijd met het bestemmingsplan "Parapluplan parkeren" tot een verlies van parkeerplaatsen leidt. In de bestaande situatie is in openbaar gebied parkeerruimte voor twaalf tot vijftien auto’s. Die ruimte wordt vooral door haar medewerkers gebruikt. In totaal gaan volgens [appellant sub 1] vijf parkeerplaatsen verloren door de ontsluitingsweg.
11.1. Met het voorliggende bestemmingsplan is het bestemmingsplan "Parapluplan parkeren" van 18 juni 2020 overschreven, zodat daaraan voor de gronden voor de ontsluitingsweg geen betekenis meer toekomt. [appellant sub 1] wijst er wel terecht op dat door de ontsluitingsweg een aantal parkeerplaatsen wordt opgeheven. De raad stelt zich op het standpunt dat er ook na de aanleg van de ontsluitingsweg voldoende parkeerplaatsen in het openbare gebied overblijven. De openbare parkeerplaatsen aan de Donksestraat die verdwijnen door de aanleg van de ontsluitingsweg, worden verplaatst. Voor die vier tot vijf parkeerplaatsen komen zeven parkeerplaatsen terug. Verder blijven de bestaande parkeerplaatsen naast het pand van [appellant sub 1] door de gekozen situering van de ontsluitingsweg gehandhaafd. Ook is er in de nabije omgeving voldoende openbare parkeergelegenheid. Volgens de raad blijft de parkeerbalans voor de gebruikers in het centrumgebied ongewijzigd. [appellant sub 1] heeft hiertegen verder niets ingebracht. Dit betekent dat de raad zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat voor een tekort aan parkeermogelijkheden nabij het Raadhuis niet hoeft te worden gevreesd.
Het betoog slaagt niet.
Relativiteitsvereiste
12. Omdat de beroepsgronden niet slagen, is de Afdeling niet ingegaan op de vraag of het relativiteitsvereiste uit artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht aan vernietiging van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in de weg staat.
Conclusie
13. De beroepen zijn ongegrond.
14. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart de beroepen ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. N.H. van den Biggelaar, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, griffier.
w.g. Van den Biggelaar
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Bechinka
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 november 2025
371