ECLI:NL:RVS:2025:5610
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- C.H. Bangma
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over compensatie kinderopvangtoeslag wegens ontbreken schade
De zaak betreft een hoger beroep van een appellant die compensatie vorderde wegens vermeende onjuiste vaststelling van haar kinderopvangtoeslag over de jaren 2007 tot en met 2011. De Dienst Toeslagen had eerder geweigerd compensatie toe te kennen, stellende dat geen sprake was van institutionele vooringenomenheid of onbillijkheid van overwegende aard.
De rechtbank had de weigering deels vernietigd en een geringe compensatie toegekend uit coulance vanwege een erkende fout over 2008. De appellant stelde dat haar recht onjuist was vastgesteld en dat stukken ontbraken, en voerde aan dat haar registratie in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) duidde op institutionele vooringenomenheid.
De Raad van State oordeelt dat de hersteloperatie niet bedoeld is om fouten in het verleden te herstellen en dat geen schade is vastgesteld die compensatie rechtvaardigt. De registratie in de FSV vond bovendien later plaats en heeft geen invloed gehad op de toeslagjaren. De hardheidsclausule kan niet worden toegepast zonder dat sprake is van schade. Het hoger beroep van de appellant wordt ongegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de Dienst Toeslagen gegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep op compensatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.