ECLI:NL:RVS:2025:5646
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- M. den Heyer
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bewaring wegens niet betrekken medische omstandigheden en toekenning schadevergoeding
Appellant werd op 23 juli 2025 in bewaring gesteld door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de minister bij het opleggen van de bewaring geen rekening had gehouden met de medische afspraak van appellant op de dag van de inbewaringstelling, namelijk een endoscopie. Dit was een relevante omstandigheid die de minister had moeten betrekken bij de beoordeling van de proportionaliteit van de maatregel.
Omdat de minister deze omstandigheid niet heeft meegewogen, heeft zij niet kenbaar gemaakt waarom een lichter middel dan bewaring niet mogelijk was. De bewaring werd daarom onrechtmatig geacht. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en kende appellant een schadevergoeding toe over de periode van 23 juli tot en met 13 augustus 2025. Tevens werden de proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: De bewaring van appellant werd onrechtmatig verklaard en aan appellant werd een schadevergoeding toegekend.