ECLI:NL:RVS:2025:565
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel na verblijf in westers land bevestigd
De minister van Asiel en Migratie wees op 21 november 2024 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 januari 2025 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat uit eerdere jurisprudentie volgt dat vreemdelingen die in een westers land verbleven niet automatisch een reëel risico op ernstige schade lopen bij terugkeer naar Afghanistan. Nieuwe wetgeving in Afghanistan met strengere leefregels geeft geen aanleiding dit oordeel te wijzigen. Het hoger beroep bevatte geen relevante vragen voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.