ECLI:NL:RVS:2025:5653
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel en verzoek om voorlopige voorziening
Op 22 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De betrokkene heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem. Op 28 oktober 2025 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, het besluit van de minister vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag moet nemen met inachtneming van de uitspraak. De minister heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening, zodat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld. De voorzieningenrechter heeft overwogen dat de belangen van zowel de minister als de betrokkene in aanmerking zijn genomen. De voorzieningenrechter heeft geconcludeerd dat er geen aanleiding is om een voorlopige voorziening te treffen, omdat de uitspraak van de rechtbank niet inhoudt dat de minister de gevraagde vergunning moet verlenen. De uitvoering van de uitspraak heeft geen gevolgen die moeilijk ongedaan kunnen worden gemaakt, en de minister hoeft geen onevenredige inspanning te leveren voor de uitvoering van de uitspraak.
Daarom heeft de voorzieningenrechter het verzoek van de minister afgewezen en haar veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene, die zijn vastgesteld op € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan door mr. M. den Heyer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.S. Jiawan, griffier, en is openbaar uitgesproken op 24 november 2025.