ECLI:NL:RVS:2025:5660
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- M. Soffers
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid grensdetentie en afwijzing schadevergoeding
De minister van Asiel en Migratie legde op 22 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan betrokkene. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 december 2024 het beroep gegrond verklaarde, de vrijheidsontnemende maatregel ophefte en schadevergoeding toekende.
De minister stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en oordeelde dat het Justitieel Complex Schiphol wel een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is in de zin van artikel 10, eerste lid, van de Opvangrichtlijn, waardoor de grensdetentie rechtmatig was.
Betrokkene voerde aan minderjarig te zijn, maar de Afdeling vond onvoldoende aanwijzingen om de meerderjarigheid te betwijfelen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding afgewezen en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het beroep van betrokkene ongegrond en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.