ECLI:NL:RVS:2025:5700

Raad van State

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
BRS.25.001775
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning asiel

Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 24 juli 2025 is afgewezen. Vervolgens heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 27 oktober 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep en verzocht tegelijkertijd de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te verkrijgen.

De voorzieningenrechter heeft overwogen dat er geen spoedeisend belang is voor het treffen van een voorlopige voorziening, mede omdat verzoeker uitstel van vertrek heeft tot 22 januari 2026. Op grond hiervan is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A. Kuijer op 27 november 2025 in het openbaar, waarbij ook griffier S. Zwemstra aanwezig was.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

BRS.25.001775
Datum uitspraak: 27 november 2025
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 27 oktober 2025 in zaak nr. NL25.34502 in het geding tussen:
[verzoeker],
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 24 juli 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 27 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker, vertegenwoordigd door mr. M. Terpstra, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.        Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen krijgt.
2.        De voorzieningenrechter stelt vast dat uit het verzoek van verzoeker geen spoedeisend belang blijkt voor het treffen van een voorlopige voorziening, omdat zij uitstel van vertrek heeft tot 22 januari 2026.
3.        De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
4.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A. Kuijer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, griffier.
w.g. Kuijer
voorzieningenrechter
w.g. Zwemstra
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 november 2025
91-1034