ECLI:NL:RVS:2025:5700
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 24 juli 2025 is afgewezen. Vervolgens heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 27 oktober 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep en verzocht tegelijkertijd de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te verkrijgen.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat er geen spoedeisend belang is voor het treffen van een voorlopige voorziening, mede omdat verzoeker uitstel van vertrek heeft tot 22 januari 2026. Op grond hiervan is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A. Kuijer op 27 november 2025 in het openbaar, waarbij ook griffier S. Zwemstra aanwezig was.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.