ECLI:NL:RVS:2025:5707
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel door de minister van Asiel en Migratie
In deze zaak heeft de Raad van State op 27 november 2025 uitspraak gedaan in het hoger beroep van een appellant tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd door de minister van Asiel en Migratie. De aanvraag was afgewezen bij besluit van 4 juni 2025. De rechtbank Den Haag had op 27 augustus 2025 het beroep van de appellant ongegrond verklaard. De appellant, vertegenwoordigd door mr. J.E. Groenenberg, heeft hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak.
Tijdens de procedure heeft de minister van Asiel en Migratie laten weten dat de appellant met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van de appellant heeft, ondanks de gelegenheid die hem door de Afdeling is geboden, niet laten weten dat hij nog contact heeft met de appellant. Dit heeft de Afdeling doen concluderen dat de appellant geen bescherming meer in Nederland zoekt.
Hierdoor heeft de Afdeling geoordeeld dat de appellant geen belang heeft bij een beoordeling van het hoger beroep. De Raad van State heeft het hoger beroep dan ook niet-ontvankelijk verklaard. De minister is niet verplicht om de proceskosten te vergoeden. De uitspraak is openbaar uitgesproken op 27 november 2025.