ECLI:NL:RVS:2025:571

Raad van State

Datum uitspraak
13 februari 2025
Publicatiedatum
13 februari 2025
Zaaknummer
202306953/2/A3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperking kennisneming vertrouwelijke stukken in hoger beroep intrekking verklaring van geen bezwaar

In hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland over de intrekking van een verklaring van geen bezwaar, heeft de minister vertrouwelijke stukken overgelegd en verzocht dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak hiervan kennisneemt. De minister stelde dat openbaarmaking de taakuitvoering van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en lopende onderzoeken zou bemoeilijken en bronnen zou schaden.

De appellant verzette zich tegen deze beperking van kennisneming. De Afdeling heeft een belangenafweging gemaakt tussen het belang van de appellant om alle relevante informatie te ontvangen en het belang van de nationale veiligheid en effectieve taakuitvoering van de MIVD.

Na kennisneming van de stukken concludeerde de Afdeling dat deze informatie gevoelige gegevens over bronnen en de werkwijze van de MIVD bevat. Het belang van nationale veiligheid weegt zwaarder dan het belang van de appellant om de stukken in te zien.

Daarom is het verzoek van de minister tot beperkte kennisneming van de stukken gerechtvaardigd en toegewezen. De uitspraak is gedaan door lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer E.J. Daalder op 13 februari 2025.

Uitkomst: Het verzoek van de minister tot beperkte kennisneming van vertrouwelijke stukken wordt toegewezen vanwege het belang van nationale veiligheid.

Uitspraak

202306953/2/A3.
Datum beslissing: 13 februari 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 3 oktober 2023 in zaak nr. 23/1886 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister van Defensie.
Procesverloop
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 3 oktober 2023 in zaak nr. 23/1886. Daarin is de intrekking van een verklaring van geen bezwaar aan de orde.
De minister heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het betreft 8 documenten en een begeleidende brief.
Overwegingen
1.       De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. Als deze informatie bekend wordt, zou dat de effectieve  taakuitvoering van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (hierna: de MIVD) en lopende onderzoeken sterk bemoeilijken en frustreren. Ook kan het lopende onderzoeken van bronnen schaden. Verder wordt door kennisneming van de documenten inzicht gegeven in de wijze waarop veiligheidsonderzoeken worden uitgevoerd, aldus de minister.
2.       [appellant] heeft laten weten dat hij zich verzet tegen de beperkte kennisneming.
3.       Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
4.       De Afdeling heeft kennis genomen van de stukken. Zij bevatten informatie en registraties van bronnen over [appellant]. De bescherming van deze bronnen is nodig voor een effectieve taakuitoefening van de MIVD. Die taakuitoefening dient de nationale veiligheid. Daarnaast geven de documenten inzicht in de modus operandi, die de MIVD bij dit soort veiligheidsonderzoeken hanteert. Naar het oordeel van de Afdeling weegt in dit geval het belang van de nationale veiligheid zwaarder dan het belang dat [appellant] kennis neemt van de stukken. Het belang van nationale veiligheid zou in gevaar kunnen worden gebracht als de gegevens uit de stukken bekend worden bij [appellant].
5.       De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. J.S. de Jong, griffier.
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer
w.g. De Jong
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2025
1014