ECLI:NL:RVS:2025:5719
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring aanvraag verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 6 oktober 2025 verklaarde de minister van Asiel en Migratie de aanvraag van betrokkene voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 3 november 2025 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek toegewezen, zodat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is afgerond.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de belangen van de minister en betrokkene zodanig waren afgewogen dat een voorlopige voorziening passend was. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 28 november 2025 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.