ECLI:NL:RVS:2025:5720
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Raad van State heft voorlopige voorziening op in visumzaak en schorst uitvoering rechtbankuitspraak
De minister van Buitenlandse Zaken heeft op 19 maart 2024 een aanvraag voor een faciliterend visum van betrokkene afgewezen. Na een ongegrond verklaard bezwaar door de minister heeft de rechtbank Den Haag op 8 oktober 2025 het beroep van betrokkene gegrond verklaard, het besluit vernietigd en een voorlopige voorziening getroffen waarbij de minister betrokkene moest behandelen alsof hij in het bezit was van het visum.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om de voorlopige voorziening van de rechtbank op te heffen en tevens een voorlopige voorziening te treffen waardoor hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat de gevolgen van de voorlopige voorziening van de rechtbank moeilijk omkeerbaar zijn en dat het hoger beroep anders zijn betekenis zou verliezen. Daarom werd de voorlopige voorziening van de rechtbank opgeheven en een nieuwe voorlopige voorziening getroffen die de minister vrijstelt van uitvoering van de rechtbankuitspraak totdat het hoger beroep is afgerond. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De voorlopige voorziening van de rechtbank wordt opgeheven en de minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.