ECLI:NL:RVS:2025:5745

Raad van State

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
26 november 2025
Zaaknummer
202307979/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.Th. Drop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:47 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing aanwijzing hoofdgebouw en zusterhuis Sint Catharinaplein als gemeentelijk monument

Stichting Tante Louise is eigenaar van het voormalige verzorgingstehuis St. Catharinacomplex en wil daar een nieuw zorgcentrum, seniorenhuisvesting en parkeerkelder realiseren. De erfgoedorganisaties vroegen om aanwijzing van het hoofdgebouw en het zusterhuis als gemeentelijk monument, maar het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom wees dit op 19 maart 2020 af. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit had geadviseerd tot aanwijzing, maar het college vond de praktische beperkingen en bezwaren voor herontwikkeling zwaarder wegen.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van de erfgoedorganisaties ongegrond, waarbij de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (STAB) als deskundige werd benoemd. De rechtbank concludeerde dat aanwijzing van het zusterhuis financieel niet haalbaar is en negatieve gevolgen heeft voor exploitatie. Behoud van de panden belemmert ook de nieuwbouwplannen en de zorgfunctie van Stichting Tante Louise.

De erfgoedorganisaties stelden in hoger beroep geen nieuwe gronden aan, en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank. Hoewel het hoofdgebouw en zusterhuis cultuurhistorische waarde hebben, is het voor Stichting Tante Louise niet haalbaar om de panden als zorginstelling te exploiteren met monumentenstatus zonder negatieve gevolgen. Het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de monumentenaanvraag bevestigd.

Uitspraak

202307979/1/A2.
Datum uitspraak: 26 november 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
Stichting Cuypersgenootschap en Erfgoedvereniging Bond Heemschut (hierna gezamenlijk: de erfgoedorganisaties),
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland­West­Brabant van 10 november 2023 in zaak nr. 21/2067 in het geding tussen:
de erfgoedorganisaties
en
het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom.
Procesverloop
Bij besluit van 19 maart 2020 heeft het college de aanvraag van de erfgoedorganisaties om het hoofdgebouw en het zusterhuis aan het Sint Catharinaplein 25 (hierna: de panden) aan te wijzen als gemeentelijk monument afgewezen.
Bij besluit van 2 april 2021 heeft college het door de erfgoedorganisaties daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 10 november 2023 heeft de rechtbank het door de erfgoedorganisaties daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben de erfgoedorganisaties hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.
Tante Louise heeft eveneens een schriftelijke uiteenzetting ingediend.
De erfgoedorganisaties hebben een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 3 november 2025, waar de erfgoedorganisaties, vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], en het college, vertegenwoordigd door mr. J. van den Berg, zijn verschenen. Voorts is op de zitting Stichting Tante Louise, vertegenwoordigd door mr. T. Tuenter en [gemachtigde C], als derde-belanghebbende gehoord.
Overwegingen
1.       Stichting Tante Louise is eigenaar van het terrein met bebouwing van het voormalige verzorgingstehuis St. Catharinacomplex, gelegen aan het Sint Catharinaplein 25 in Bergen op Zoom. Zij is een zorgaanbieder en heeft het complex verworven met het voornemen om daar een nieuw zorgcentrum voor verpleeghuiszorg, huisvesting voor senioren en een parkeerkelder te realiseren. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente Bergen op Zoom heeft, na navraag van de erfgoedorganisaties, geadviseerd om de panden, die op die locatie zijn gelegen, aan te wijzen als gemeentelijk monument. Bij brief van 26 april 2019 heeft Stichting Tante Louise haar zienswijze gegeven op het voornemen van het college om de panden aan te wijzen als gemeentelijk monument.
2.       Het college heeft de aanvraag van de erfgoedorganisatie om de panden aan te wijzen als gemeentelijk monument afgewezen. Ondanks het gegeven dat de panden, vanuit het belang van bescherming van gebouwd erfgoed, in aanmerking komen voor een monumentale status, wegen de praktische beperkingen en bezwaren die in de weg staan aan een herontwikkeling met behoud van de panden in dit geval zwaarder.
3.       De rechtbank heeft de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (hierna: de STAB) benoemd als deskundige als bedoeld in artikel 8:47, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
4.       De rechtbank heeft voor de beoordeling van de vraag of sprake is van negatieve gevolgen voor herontwikkeling als uitgangspunt genomen dat de panden op zichzelf financieel exploitabel moeten zijn. In dit kader is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat uit het advies van de STAB de conclusie kan worden getrokken dat exploitatie bij herontwikkeling van beide panden niet haalbaar is. Aanwijzing van het zusterhuis als monument is financieel niet haalbaar en leidt tot negatieve gevolgen voor de exploitatie bij herontwikkeling. Financiële exploitatie bij herbestemming van alleen het hoofdgebouw is wellicht haalbaar, onder meer omdat dit mogelijk kan worden gefinancierd met behulp van subsidies. Dat het wellicht haalbaar is, betekent echter niet dat negatieve gevolgen voor de exploitatie zijn uitgesloten. Ditzelfde geldt voor het alleen aanwijzen van de voorgevel van het hoofdgebouw als gemeentelijk monument.
De rechtbank heeft voor haar oordeel verder betrokken dat Stichting Tante Louise heeft toegelicht dat behoud van de panden, of uitsluitend behoud van het de voorgevel van het hoofdgebouw, problemen oplevert voor de ontwikkeling van het nieuwbouwproject, zoals voor het plaatsen van hijskranen en realiseren van de ondergrondse parkeergarage. Verder belemmert het aanwijzen van de panden als monument Stichting Tante Louise, in diens hoedanigheid van zorgaanbieder en eigenaar van de panden, in het aanbieden van zorg. Het college heeft gelet op de aanzienlijke negatieve gevolgen bij aanwijzing van de panden als monument mogen afzien van de aanwijzing van de panden als monument. Het college heeft hierbij het belang van Stichting Tante Louise en het belang van de inwoners van de gemeente bij het invullen van de zorg- of woonfunctie zwaarder mogen laten wegen dan het belang dat is gediend met aanwijzing van de panden als gemeentelijk monument, aldus de rechtbank.
5.       De gronden die de erfgoedorganisaties in hoger beroep hebben aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat zij in beroep hebben aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. De erfgoedorganisaties hebben geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 5.4 tot en met 5.10 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. Zij voegt daaraan nog toe dat niet in geschil is dat het hoofdgebouw hoge cultuurhistorische waarde heeft en het zusterhuis belangrijke cultuurhistorische waarde bezit. Het college kon aanwijzing als monument echter achterwege laten, omdat het voor Stichting Tante Louise, als zorgaanbieder en eigenaar van de panden, niet haalbaar was beide panden na aanwijzing als monument als zorginstelling te exploiteren, zonder op zijn minst negatieve consequenties voor de exploitatie. Dit sluit niet uit dat binnen het kader van een andere functie, de panden met een nieuw herbestemmingsplan mogelijk wel rendabel zijn te exploiteren.
6.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
7.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.T.J. van de Voort, griffier.
w.g. Drop
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van de Voort
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 26 november 2025
1062