ECLI:NL:RVS:2025:5778
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen in zaak verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan
Verzoeker heeft bij besluit van 28 september 2023 vastgesteld gekregen dat hij geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft. Hiertegen maakte hij bezwaar dat op 26 juni 2024 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 10 oktober 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De griffier wees verzoeker bij brief van 10 november 2025 op de verplichting tot betaling van griffierecht voor het verzoek om een voorlopige voorziening en stelde een termijn tot 17 november 2025. Verzoeker betaalde het griffierecht niet binnen deze termijn.
Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 28 november 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht.