ECLI:NL:RVS:2025:5785
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bewaring door de minister van Asiel en Migratie
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van de appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, die op 4 november 2025 het beroep van de appellant tegen de bewaring door de minister van Asiel en Migratie ongegrond heeft verklaard. De minister had op 9 oktober 2025 besloten om de appellant in bewaring te stellen. De rechtbank oordeelde dat de bewaring rechtmatig was en wees ook het verzoek om schadevergoeding af. De appellant, vertegenwoordigd door mr. F. Boone, heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 28 november 2025 uitspraak gedaan. In de overwegingen van de uitspraak wordt bevestigd dat de rechtbank terecht tot haar oordeel is gekomen. De Afdeling neemt de motivering van de rechtbank over en concludeert dat het hoger beroep geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden. De Afdeling ziet ook geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de minister van Asiel en Migratie hoeft geen proceskosten te vergoeden. De beslissing is genomen door mr. M. den Heyer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.I.M. Smid, griffier. De uitspraak is openbaar uitgesproken op 28 november 2025.