ECLI:NL:RVS:2025:5843
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldhulpverlening wegens niet-nakomen medewerkingsplicht bevestigd
Het college van burgemeester en wethouders van Delft heeft op 5 september 2022 de schuldhulpverlening aan appellante beëindigd omdat zij niet voldeed aan haar medewerkingsplicht, met name door niet te verschijnen bij afspraken voor een belastbaarheidsonderzoek.
Appellante was meerdere malen uitgenodigd voor onderzoeken maar verscheen niet, ondanks waarschuwingen dat dit tot beëindiging van de schuldhulpverlening zou leiden. De rechtbank oordeelde dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid, hoewel het besluit op bezwaar onvoldoende was gemotiveerd, maar dat dit geen nadeel voor appellante opleverde.
In hoger beroep stelde appellante dat zij ADHD heeft en daardoor moeite heeft met het nakomen van afspraken, en dat de beëindiging onevenredig is omdat de gemeente haar grootste schuldeiser is. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante deze stellingen onvoldoende heeft onderbouwd en dat de schuldhulpverlening terecht is beëindigd. Het hoger beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de beëindiging van de schuldhulpverlening wegens het niet nakomen van de medewerkingsplicht.