ECLI:NL:RVS:2025:5885
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielzaak
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 2 september 2024 is afgewezen. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 25 november 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, waarvoor de voorlopige voorziening geschikt is. Daarom wordt bepaald dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €907,00, toe te rekenen aan rechtsbijstand door een derde.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. den Heyer en griffier R.D. Salverda op 5 december 2025 in het openbaar. Deze voorlopige voorziening waarborgt de rechtspositie van verzoeker gedurende de beroepsprocedure.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.