ECLI:NL:RVS:2025:591

Raad van State

Datum uitspraak
17 februari 2025
Publicatiedatum
17 februari 2025
Zaaknummer
202303156/1/V1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 91 Vw 2000
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing verzoek bestuurlijke heroverweging vreemdelingen

Bij besluit van 24 maart 2022 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van vijf vreemdelingen om bestuurlijke heroverweging af. Hiertegen maakten de vreemdelingen bezwaar, dat op 15 juli 2022 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de rechtbank Den Haag het beroep van de vreemdelingen tegen deze besluiten eveneens ongegrond in haar uitspraak van 19 april 2023.

De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt integraal overgenomen.

Het hoger beroep bevat geen nieuwe vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, zodat verdere motivering niet nodig is. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

Uitspraak

202303156/1/V1.
Datum uitspraak: 17 februari 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[vreemdeling 1], [vreemdeling 2], [vreemdeling 3], [vreemdeling 4] en [vreemdeling 5],
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's­Hertogenbosch, van 19 april 2023 in zaak nr. NL22.15530 in het geding tussen:
de vreemdelingen
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 24 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van de vreemdelingen om bestuurlijke heroverweging afgewezen.
Bij besluit van 15 juli 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 19 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. R.C. van den Berg, advocaat in Tilburg, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 19 tot en met 24 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.
w.g. De Poorter
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Verbeek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2025
574-1046