ECLI:NL:RVS:2025:5916

Raad van State

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
5 december 2025
Zaaknummer
202504780/2/R2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • G.T.J.M. Jurgens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.7 WnbArt. 2.8 WnbArt. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen natuurvergunning vliegbasis Leeuwarden

Stichting Groene Ster Duurzaam en anderen hebben een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van 31 januari 2022 waarbij de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) aan de staatssecretaris van Defensie een natuurvergunning verleende voor militaire activiteiten en burgermedegebruik op de vliegbasis Leeuwarden. Dit verzoek volgde op een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 18 juli 2025, waarin het beroep van Stichting Groene Ster Duurzaam en anderen tegen het besluit gegrond werd verklaard en het besluit werd vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid en motivatie.

De voorzieningenrechter overweegt dat de gevraagde voorlopige voorzieningen, waaronder een compensatieverplichting voor natuurschade en de onmiddellijke inrichting van een geluidmeetnet, te verstrekkend zijn om toe te wijzen. Deze maatregelen kunnen niet worden bewerkstelligd in een voorlopige voorziening, mede omdat partijen verdeeld zijn over de vraag of de vergunning op goede gronden is verleend. Ook het verzoek om direct de ADC-toets te doorlopen wordt afgewezen, omdat dit onderwerp eveneens onderdeel is van het lopende bodemgeschil.

De staatssecretaris van LVVN is door de rechtbank opgedragen binnen 26 weken een nieuw besluit te nemen, waarbij opnieuw wordt beoordeeld of de vergunning kan worden verleend op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, en zo nodig de ADC-toets wordt doorlopen. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om in deze voorlopige voorziening anders te beslissen. De staatssecretaris van LVVN hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet in de bodemprocedure.

Uitspraak

202504780/2/R2.
Datum uitspraak: 2 december 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
Stichting Groene Ster Duurzaam, gevestigd te Leeuwarden, en anderen,
verzoeksters,
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­Nederland van 18 juli 2025 in zaak nrs. 22/1102 en 22/1441 in het geding tussen:
verzoeksters
en
staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.
Openbare zitting gehouden op 2 december 2025 om 13:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. G.T.J.M. Jurgens, voorzieningenrechter
griffier: mr. M.C. van Engelen
Verschenen:
-         Stichting Groene Ster Duurzaam en anderen, vertegenwoordigd door mr.  T.C. van Gelder en [gemachtigde], vergezeld door [persoon];
-         staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, vertegenwoordigd door mr. R.D. Reinders en mr. L. Verhees, advocaten in Den Haag, vergezeld door mr. W.J.L. Zwaan en E.S.M. Slot;
-         staatssecretaris van Defensie, vertegenwoordigd door mr. J.G. Bos, vergezeld door B.J.H. Koolstra, J. Kiens, A.B. Dolderman, J.R. van Gasteren, E. Tegelaers en M. Reekers.
====================================
Het verzoek is gedaan in verband met de uitspraak van 18 juli 2025 van de rechtbank Noord­Nederland. Bij die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van Stichting Groene Ster Duurzaam en anderen tegen het besluit van 31 januari 2022 gegrond verklaard. Bij dit besluit heeft de staatssecretaris van LVVN aan de staatssecretaris van Defensie een natuurvergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: de Wnb) verleend voor militaire activiteiten en burgermedegebruik op de vliegbasis Leeuwarden.
De rechtbank heeft geoordeeld dat het besluit niet voldoende zorgvuldig is genomen en dat onvoldoende is gemotiveerd waarom de vergunning verleend kon worden. De rechtbank heeft het besluit van 31 januari 2022 vernietigd en de staatssecretaris opgedragen om binnen 26 weken na de uitspraakdatum met inachtneming van de uitspraak opnieuw te beslissen op de aanvraag om natuurvergunning.
De staatssecretaris van LVVN, de staatssecretaris van Defensie en Stichting Groene Ster Duurzaam en anderen hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.
Stichting Groene Ster Duurzaam en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek af.
Daartoe overweegt de voorzieningenrechter het volgende.
Stichting Groene Ster Duurzaam en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht om de staatssecretaris van LVVN een compensatieverplichting op te leggen ten behoeve van vergoeding van natuurschade, en om de staatssecretaris van Defensie te verplichten tot het per direct inrichten van een geluidmeetnet. De voorzieningenrechter overweegt dat de gevraagde voorzieningen te verstrekkend zijn om toe te wijzen, omdat deze ook niet bewerkstelligd kunnen worden met een uitspraak van de Afdeling in de bodemprocedure waarin partijen verdeeld zijn over de vraag of de staatssecretaris van LVVN op goede gronden een natuurvergunning heeft verleend op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb. Voor zover Stichting Groene Ster Duurzaam en anderen hebben verzocht te oordelen dat geen vergunning kan worden verleend op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb, maar dat direct de ADC-toets overeenkomstig artikel 2.8, vierde lid, van die wet moeten worden doorlopen, ziet de voorzieningenrechter evenmin aanleiding deze voorziening te treffen. In deze procedure zijn partijen juist verdeeld over de vraag of de staatssecretaris van LVVN op grond van 2.7, tweede lid, van de Wnb een vergunning had kunnen verlenen. Daarnaast heeft de rechtbank het besluit van 31 januari 2022 vernietigd en de staatssecretaris van LVVN opgedragen om een nieuw besluit te nemen op de aanvraag om een natuurvergunning. Dit betekent dat de staatssecretaris opnieuw moet beoordelen of in dit geval tot verlening van de natuurvergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb kan worden overgegaan en of, indien uit de passende beoordeling niet de zekerheid wordt verkregen dat de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied niet zullen worden aangetast, hij de ADC-toets wil doorlopen of besluit geen toestemming te verlenen. Die beoordeling vindt nu plaats.
De staatssecretaris van LVVN hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Jurgens
voorzieningenrechter
w.g. Van Engelen
griffier
842