ECLI:NL:RVS:2025:5972
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens voorzienbare woonproblemen en eigen handelen
Appellant had een tijdelijke huurovereenkomst voor een woning in Hardinxveld-Giessendam die eindigde op 11 januari 2024. Zij vroeg op 30 oktober 2023 een urgentieverklaring aan, die door het college van burgemeester en wethouders op 8 januari 2024 werd afgewezen en bij besluit van 9 april 2024 werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat het college de hardheidsclausule had moeten toepassen, omdat zij met haar moeder en dochter dakloos is geworden en in een auto woont. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de noodsituatie voorzienbaar was en door eigen handelen is veroorzaakt, aangezien appellant bij het aangaan van de huurovereenkomst al had kunnen weten dat er na twee jaar een woonprobleem zou ontstaan.
De Afdeling bevestigt dat het college terecht geen aanleiding zag om de hardheidsclausule toe te passen, mede omdat appellant zich pas laat inschreef en laat actief zocht naar vervangende woonruimte. Ook is meegewogen dat andere woningzoekenden op de wachtlijst langer zouden moeten wachten bij toekenning van urgentie. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de urgentieverklaring omdat de woonnood voorzienbaar was en door eigen handelen is veroorzaakt.