ECLI:NL:RVS:2025:5979
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen beoordeling tentamen Inleiding privaatrecht door Open Universiteit
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het cijfer 5,3 dat zij voor het tentamen Inleiding privaatrecht van de Open Universiteit heeft behaald. De Commissie voor de examens (CBE) heeft het administratief beroep ongegrond verklaard, stellende dat een inhoudelijke herbeoordeling van het tentamen niet mogelijk is op grond van artikel 7.61, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat zij geen oordeel kan geven over de inhoudelijke beoordeling van het tentamen, maar alleen kan toetsen of de procedure zorgvuldig is gevolgd. Uit de toelichting van het CBE blijkt dat de examinator de vraagstelling en het antwoordmodel opnieuw heeft beoordeeld en gemotiveerd waarom het gegeven cijfer juist is.
Appellante heeft geen concrete voorbeelden gegeven waaruit blijkt dat de procedure onzorgvuldig is geweest. Een betoog over schending van het gelijkheidsbeginsel is te laat ingebracht en wordt buiten beschouwing gelaten. Ook andere stellingen over strijd met beginselen van behoorlijk bestuur zijn onvoldoende onderbouwd. Daarom verklaart de Afdeling het beroep ongegrond en hoeft het CBE geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de tentamenbeoordeling wordt ongegrond verklaard en het cijfer blijft gehandhaafd.