ECLI:NL:RVS:2025:602
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan
De vreemdeling verzocht om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarin werd vastgesteld dat zij geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft. Dit besluit werd op 29 februari 2024 genomen, waarna bezwaar en beroep werden ingesteld die beide ongegrond werden verklaard.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde het verzoek om een voorlopige voorziening. Uit de overwegingen blijkt dat er geen sprake is van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt.
Het verzoek werd daarom afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 18 februari 2025 door mr. J.C.A. de Poorter, voorzieningenrechter.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.