ECLI:NL:RVS:2025:6021
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting na afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die bij besluit van 29 juli 2025 is afgewezen. Hiertegen stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 20 november 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat het hoger beroep nader onderzoek vergt, waarvoor de voorlopige voorzieningprocedure niet geschikt is. Daarom wordt een voorlopige voorziening getroffen om verzoeker te beschermen tegen uitzetting totdat het hoger beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt voor rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 12 december 2025 door voorzieningenrechter V.V. Essenburg, in aanwezigheid van griffier J. van de Kolk. De voorlopige voorziening beoogt de rechtspositie van verzoeker te waarborgen gedurende de procedure bij de Raad van State.
Uitkomst: Verzoeker wordt beschermd tegen uitzetting totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.