ECLI:NL:RVS:2025:6036
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verblijfsvergunning asiel en motiveringsgebrek
Op 11 december 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in een hoger beroep van de minister van Asiel en Migratie tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Den Haag. De rechtbank had op 3 oktober 2023 een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vernietigd, waarbij een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was ingewilligd. De rechtbank constateerde een motiveringsgebrek met betrekking tot de geboortedatum van de betrokkene, die door de staatssecretaris was vastgesteld op 1 januari 2000. De rechtbank gaf de staatssecretaris de opdracht om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de uitspraak.
De staatssecretaris heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld. In het hoger beroep heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank terecht een motiveringsgebrek heeft vastgesteld. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene, die op € 907,00 zijn vastgesteld, geheel toe te rekenen aan beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige besluitvorming door de staatssecretaris en de noodzaak om motiveringsgebreken tijdig te herstellen. De uitspraak is openbaar uitgesproken op 11 december 2025.