ECLI:NL:RVS:2025:6037
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing aanvraag document rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan
In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen de afwijzing van een aanvraag door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid voor een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt. De aanvraag werd op 8 juli 2021 afgewezen. De betrokkene, vertegenwoordigd door mr. D. Brouwer, heeft bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard door de staatssecretaris op 2 juni 2022, met een aanvulling op 21 juni 2023. De rechtbank Den Haag heeft op 27 maart 2024 het beroep van de betrokkene gegrond verklaard en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. De staatssecretaris en de betrokkene hebben hiertegen hoger beroep ingesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de hoger beroepen behandeld en geconcludeerd dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de hoger beroepen ongegrond zijn. De minister van Asiel en Migratie wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de betrokkene heeft gemaakt in verband met het hoger beroep, tot een bedrag van € 907,00, dat geheel toe te rekenen is aan beroepsmatige rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan door een collegiaal trio van rechters, met mr. H.G. Sevenster als voorzitter, en is openbaar uitgesproken op 12 december 2025.