AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting bedrijfspand wegens hennepteeltgoederen
De burgemeester van Heerlen besloot op 27 maart 2025 het bedrijfspand van Archimede te sluiten voor twaalf maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de aanwezigheid van goederen die worden gebruikt bij professionele hennepteelt. Archimede stelde bezwaar en beroep in tegen deze sluiting, maar deze werden ongegrond verklaard door de burgemeester en de rechtbank.
Archimede verzocht vervolgens de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen die de sluiting zou schorsen totdat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat Archimede een spoedeisend belang had omdat de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar zou komen zonder voorlopige voorziening.
Echter, bij de belangenafweging vond de voorzieningenrechter dat het algemene belang van handhaving van de openbare orde en het voorkomen van drugscriminaliteit zwaarder woog dan het belang van Archimede. Er waren voldoende aanwijzingen dat het pand een schakel vormt in de keten van drugshandel, mede door de aard en hoeveelheid van aangetroffen goederen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de wijziging van het assortiment onvoldoende garantie biedt dat het pand niet opnieuw zal worden gebruikt voor hennepteelt. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en de sluiting kan worden geëffectueerd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het bedrijfspand wordt afgewezen.
Uitspraak
202505638/2/A3.
Datum uitspraak: 12 december 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb), hangende het hoger beroep van:
Archimede Holding B.V., gevestigd in Susteren, gemeente Echt-Susteren, en anderen, verzoekers (hierna gezamenlijk en in enkelvoud: Archimede),
tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 22 oktober 2025 in zaken nrs. 25/2124 en 25/2125 in het geding tussen:
Archimede
en
de burgemeester van Heerlen.
Procesverloop
Bij besluit van 27 maart 2025 heeft de burgemeester besloten het bedrijfspand van Archimede te sluiten op grond van artikel 13b de Opiumwet voor de duur van twaalf maanden.
Bij besluit van 2 september 2025 heeft de burgemeester het door Archimede daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 22 oktober 2025 heeft de rechtbank het door Archimede daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft Archimede hoger beroep ingesteld.
Tevens heeft Archimede de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 november 2025, waar Archimede, vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], bijgestaan door mr. S.J.H.G.M. Schils, advocaat in Urmond, en de burgemeester van Heerlen, vertegenwoordigd door mr. S. Quaedvlieg, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
Wie zijn de verzoekers?
2. Archimede Holding, waarvan [gemachtigde A] directeur is, is bestuurder en enig aandeelhouder van Archimede Real Estate en Trinacria Trading. Trinacria Trading is gevestigd aan de Uterweg 123 in Heerlen. Daar exploiteert zij een bloemenwinkel en tuincentrum, via de fysieke winkel en online. Ook is er een DHL-pakketpunt bij de bloemenwinkel.
Waar gaat deze zaak over?
3. Op 14 januari 2025 heeft een controle in het pand aan de Uterweg 123 in Heerlen plaatsgevonden. Toezichthouders van de gemeente hebben ter plaatse een controle uitgevoerd in het kader van de Omgevingswet. Bij deze controle zijn veel goederen aangetroffen die worden gebruikt bij hennepteelt. Daarop is de politie ter plaatse gekomen om onderzoek te verrichten. In het bedrijfspand en de bijbehorende loods zijn diverse aan de hennepteelt gerelateerde goederen aangetroffen.
Het bedrijfspand is eerder gesloten voor de duur van zes maanden, van 27 september 2023 tot 27 maart 2024 wegens het aantreffen van goederen die bestemd zijn voor de professionele hennepteelt. Het hoger beroep in de tegen dat besluit ingestelde procedure is nog aanhangig bij de Afdeling.
Gezien de ernst van de aangetroffen situatie en de eerdere sluiting heeft de burgemeester besloten het pand op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Opiumwet, gelezen in samenhang met artikel 11a van die wet, voor twaalf maanden te sluiten.
4. Bij uitspraak van 6 juni 2025 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank de sluiting van het pand geschorst tot twee weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Hierbij ging de voorzieningenrechter onder andere ervan uit dat Archimede negen goederen die de professionele hennepteelt faciliteerden niet meer in het bedrijfspand aanwezig had en dat deze goederen niet meer te koop werden aangeboden.
Op 8 juli 2025 hebben toezichthouders van de gemeente opnieuw een controle uitgevoerd in het pand. Hiervan is een rapport opgemaakt. De aanwezige medewerker bevestigde dat de door de voorzieningenrechter genoemde goederen niet meer in het pand aanwezig waren. Tijdens de controle werden een aantal van deze goederen alsnog aangetroffen. [gemachtigde B], bedrijfsleider, verscheen tijdens de controle. Hij heeft verklaringen gegeven voor aanwezigheid van de gripzakjes, die dienen als verpakkingsmateriaal voor kleine producten, zoals ventielen. De aangetroffen geldtelmachine naast de kassa was volgens hem voor eigen gebruik en dus niet voor de verkoop.
Bij besluit van 2 september 2025 heeft de burgemeester het door Archimede gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Op de in het bedrijfsgebouw aangetroffen goederen waren elf hoge professionaliteitsindicatoren van toepassing, zodat sprake was van een overtreding van artikel 11a van de Opiumwet. Daarnaast neemt de burgemeester in aanmerking dat de verkoop van de producten voornamelijk op contante basis plaatsvindt. Slechts 10-15% van de omzet wordt gepind. Archimede heeft daartegen beroep ingesteld en heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij uitspraak van 22 oktober 2025 heeft de voorzieningenrechter het door Archimede ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Bij brief van 27 oktober 2025 heeft de burgemeester medegedeeld dat de sluiting zal worden geëffectueerd op donderdag 6 november 2025 om 11:00 uur.
Archimede is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en heeft daarom hoger beroep ingesteld. Ook heeft Archimede de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat de sluiting van het pand wordt geschorst totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
De sluiting is hangende dit verzoek om een voorlopige voorziening nog niet geëffectueerd.
Is er spoedeisend belang?
5. Voordat de voorzieningenrechter aan de inhoudelijke beoordeling van het verzoek om voorlopige voorziening toekomt, moet hij eerst, zoals artikel 8:81, eerste lid, van de Awb bepaalt, beoordelen of sprake is van onverwijlde spoed. Zoals de voorzieningenrechter van de Afdeling eerder heeft geoordeeld, bijvoorbeeld in de uitspraak van 16 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:753, is een financieel belang in de regel op zichzelf onvoldoende reden om een voorlopige voorziening te treffen. Een spoedeisend belang kan echter wel worden aangenomen, als aannemelijk is dat verzoekers in een financiële noodsituatie zullen komen te verkeren. Daarvan kan sprake zijn als de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar komt als geen voorlopige voorziening wordt getroffen.
6. De burgemeester heeft ter zitting betwist dat Archimede een spoedeisend belang heeft bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. Volgens de burgemeester heeft de sluiting van een ander pand van Archimede, dat dienst doet als magazijn, niet geleid tot faillissement. Ook de omstandigheid Archimede heeft gezocht naar mogelijkheden voor herlocatie tijdens de aanstaande sluiting, duidt volgens de burgemeester niet op een naderend faillissement.
De voorzieningenrechter acht een spoedeisend belang aanwezig omdat Archimede gemotiveerd te kennen heeft gegeven dat de lasten en kosten van personeel en huisvesting doorlopen, terwijl daar geen inkomsten tegenover staan. Daarbij is er nog geen zicht op een zittingsdatum van het ingestelde hoger beroep. Archimede heeft hiermee voldoende aannemelijk gemaakt dat de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar zal komen als het pand voor twaalf maanden wordt gesloten.
7. De voorzieningenrechter kan ingevolge artikel 8:86 vanPro de Awb onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak, indien deze van oordeel is dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. Zoals ook op de zitting is besproken, doet deze situatie zich hier niet voor. De voorzieningenrechter zal daarom met een belangenafweging bepalen of vooruitlopend op de beoordeling in de bodemprocedure een voorlopige voorziening moet worden getroffen. Het belang van Archimede is erin gelegen dat zij de verkoop vanuit het pand kan voorzetten en dat de continuïteit van de bedrijfsvoering niet in gevaar komt. Daar tegenover staat het algemene belang van handhaving van de openbare orde in een voor drugscriminaliteit kwetsbaar gebied en het wegnemen van de bekendheid van het pand als locatie waar goederen voor de grootschalige hennepteelt kunnen worden verkregen.
Oordeel van de voorzieningenrechter over de belangenafweging
8. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het belang van Archimede minder zwaar weegt dan het belang dat de burgemeester behartigt. Daartoe is het volgende redengevend.
Allereerst zijn er voldoende aanwijzingen dat het pand een schakel vormt in de keten van drugshandel. In de bestuurlijke rapportage van 14 februari 2025 staat vermeld dat in het pand onder andere de volgende goederen zijn aangetroffen: elektra-materiaal, lichtapparatuur, kweektenten, geurbestrijdingsmiddelen, koolstoffilters, plantenpotten in diverse maten, ventilatoren, klimaatbeheersingssystemen, een elektrische kachel, groeimiddelen in diverse hoeveelheden, bubbleator, kweekschema’s, latex handschoenen, witte overalls, strijkzakken en sealbags, dompelpompen, bug scans, weegschalen en stapels kartonnen dozen. Deze goederen stonden in de winkel en in de inpandige loods. In de bestuurlijke rapportage is vermeld dat deze goederen, gelet op de aanwezigheid van tenminste elf professionaliteitsindicatoren in de Aanwijzing Opiumwet, gezien de aard, de hoeveelheid, de combinatie van de goederen en de professionaliteit, gebruikt worden binnen de grootschalige dan wel bedrijfsmatige hennepteelt.
Archimede heeft zelf verklaard dat zij geen goederen verkoopt als growshop ten behoeve van bedrijfsmatige hennepteelt voor meer dan 200 planten. De voorzieningenrechter vindt evenwel de stelling van de burgemeester, dat de in het pand aangetroffen goederen, gelet op de hoeveelheid, combinatie van producten en productmerken, niet moeten worden gezien als het assortiment dat bij reguliere tuincentra/bouwmarkten wordt verkocht, aannemelijk. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat tijdens de controle op 14 januari 2025 geen aan de winter gerelateerde goederen zijn aangetroffen, zoals strooizout en sneeuwschuiven, die in deze periode gebruikelijk zijn bij tuincentra.
9. De voorzieningenrechter acht niet aannemelijk dat het risico voor de openbare orde is verminderd nu Archimede in de bezwaarfase haar assortiment heeft gewijzigd. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat het bedrijfspand eerder gesloten is geweest vanwege het aantreffen van soortgelijke goederen. Daarnaast is de voorzieningenrechter van de rechtbank er in haar uitspraak van 6 juni 2025 van uitgegaan dat Archimede de volgende lijst met goederen niet meer in het pand aanwezig heeft en te koop aanbiedt, te weten: elektrakabels, voedings-/groeimiddelen in de hoeveelheid van 10 liter van diverse merken, de bubbleator, latex handschoenen in diverse maten, overalls in diverse maten, CO2-kachel, (reflectie)folie, metalen flenzen, sealbags en gripzakken. Op 8 juli 2025 heeft een hercontrole in het pand plaatsgevonden. Volgens de bestuurlijke rapportage is daarbij geconstateerd dat een aantal goederen die niet meer aanwezig zouden zijn, alsnog zijn aangetroffen. Dit betrof armaturen, steenwolpluggen, gloeilampen, thermometers, groeimiddelen 5 liter en minder, diverse zakken grond en nog aanverwante artikelen. Bovendien zijn na de assortimentswijziging volgens Archimede zelf nog maximaal 6 van de professionaliteitsindicatoren van toepassing. De omstandigheid dat het adres niet meer vermeld staat in de Global Hemp Guide, een wereldwijde wietgids, waarin het pand eerder stond vermeld als distributeur van kweekartikelen voor hennepteelt, kan dat niet anders maken. De voorzieningenrechter begrijpt voorts, gelet op de grote variëteit van de producten, de verschillende volumes ervan en de hoeveelheid goederen, het standpunt van de burgemeester dat het in dit geval heel lastig is om een lijst met verboden goederen samen te stellen en erop toe te zien dat Archimede zich aan die lijst houdt. Een dergelijke lijst biedt ruimte voor interpretatieverschillen en discussies. De wijziging van het assortiment biedt onvoldoende garantie dat het assortiment op een latere datum niet weer wordt uitgebreid. Daarbij heeft de burgemeester geen zicht op eventuele alternatieven waarover Archimede kan beschikken om toch het volledige assortiment te kunnen blijven voeren.
10. Daartegenover staat het belang van Archimede om haar bedrijf ongestoord te kunnen blijven uitoefenen. De burgemeester heeft daarover op opgemerkt dat Archimede niet aannemelijk heeft gemaakt dat het onmogelijk is om haar handel in niet hennep gerelateerde producten vanuit een andere locatie voort te zetten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het Archimede met de sluiting niet onmogelijk is gemaakt om haar bedrijf voort te zetten, al zal dat wel op kleinere schaal zijn.
11. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
Proceskosten
12. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. van Deventer-Lustberg, griffier.