ECLI:NL:RVS:2025:6076

Raad van State

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
BRS.25.002073
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 91 Vw 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bewaring door minister van Asiel en Migratie in hoger beroep

Appellant is bij besluit van 30 oktober 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 november 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.

Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, vertegenwoordigd door zijn advocaat. De Afdeling heeft de motivering van de rechtbank overgenomen en ziet geen aanleiding om de bewaring onrechtmatig te achten.

Het hoger beroep bevat geen nieuwe vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat het beroep ongegrond wordt verklaard. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring door de minister wordt bevestigd.

Uitspraak

BRS.25.002073
Datum uitspraak: 17 december 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[betrokkene],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 17 november 2025 in zaak nr. NL25.53331 in het geding tussen:
[betrokkene]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 30 oktober 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 17 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. E.R. Weegenaar, advocaat in Den Haag, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.        Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 3.1 tot en met 3.4 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1.        Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.        De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L. van Vulpen, griffier.
w.g. De Poorter
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Vulpen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 december 2025
1073