ECLI:NL:RVS:2025:61
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 11 december 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde op 8 januari 2025 het beroep van de vreemdeling gegrond, oordeelde dat de maatregel onrechtmatig was vanwege de omstandigheden in het Justitieel Complex Schiphol en beval opheffing van de maatregel met ingang van die datum, inclusief toekenning van schadevergoeding.
De minister stelde tegen deze uitspraak hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. Dit om te voorkomen dat de uitspraak van de rechtbank direct zou worden uitgevoerd, omdat dit volgens de minister zou leiden tot onomkeerbare gevolgen voor het grensbewakingsbeleid.
De voorzieningenrechter overwoog dat hoewel de vrijheidsontnemende maatregel ingrijpend is voor de vreemdeling, het belang van de minister bij grensbewaking zwaarder weegt onder de gegeven omstandigheden. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de maatregel gehandhaafd blijft totdat het hoger beroep is beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor de vrijheidsontnemende maatregel gehandhaafd blijft totdat het hoger beroep is beslist.