ECLI:NL:RVS:2025:6130

Raad van State

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
202206510/1/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen afwijzing verzoek tot herstel kadastrale grens op basis van Kadasterwet

In deze zaak gaat het om een hoger beroep van [appellant] tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, die op 7 oktober 2022 het beroep van [appellant] ongegrond verklaarde. [appellant] is eigenaar van een woning in Rottum en heeft een verzoek tot herstel ingediend bij de bewaarder van het kadaster, omdat hij het niet eens is met de ligging van de kadastrale grens tussen zijn perceel en dat van [partij]. De bewaarder heeft dit verzoek afgewezen, omdat de grens op de kadastrale kaart overeenkomt met het brondocument veldwerk 12. De rechtbank heeft geoordeeld dat het verzoek tot herstel niet kan worden gebruikt om het resultaat van de bijwerking van gegevens aan te vechten, maar alleen om te controleren of de bijwerking zelf onjuist is. De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen discrepantie is tussen de gegevens in de Basisregistratie Kadaster (BRK) en het brondocument. In hoger beroep herhaalt [appellant] zijn argumenten, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling concludeert dat het verzoek tot herstel terecht ongegrond is verklaard, omdat de bewaarder het brondocument correct heeft toegepast en er geen meetgegevens beschikbaar zijn die de stelling van [appellant] ondersteunen. Tevens wordt vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure is overschreden, wat leidt tot een schadevergoeding aan [appellant] van € 500,00.

Uitspraak

202206510/1/A3
Datum uitspraak: 17 december 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­-Nederland van 7 oktober 2022 in zaak nr. 22/926 in het geding tussen:
[appellant]
en
de bewaarder van het kadaster en de openbare registers.
Procesverloop
Bij besluit van 24 augustus 2021 heeft de bewaarder het verzoek van [appellant] tot herstel in de zin van artikel 7t van de Kadasterwet afgewezen.
Bij besluit van 28 januari 2022 heeft de bewaarder het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 7 oktober 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De bewaarder heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De derde partij [partij] en [appellant] hebben nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 augustus 2024, waar [appellant], bijgestaan door mr. A.L. Eijbergen, advocaat te Heerenveen, en de bewaarder mr. L.A.M. Meijerik, bijgestaan door P.W. Kok, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [partij] gehoord.
Overwegingen
Inleiding
1.       De relevante wet- en regelgeving is opgenomen in een bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.
2.       [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie 1] in Rottum. [partij] woont op het adres [locatie 2]. Op verzoek van [partij] is in 2020 een grensreconstructie uitgevoerd van de ligging van de kadastrale grens tussen de percelen kadastraal bekend als gemeente Sint Johannesga, sectie F, nummers 1497 en 1682. Nadien blijkt dat [appellant] het niet eens is met de ligging van de kadastrale grens zoals die in de Basisregistratie Kadaster (hierna: de BRK) staat. Hij heeft daarom bij de bewaarder een verzoek tot herstel zoals bedoeld in artikel 7t van de Kadasterwet ingediend. Hij vraagt om correctie, zodat de grens wordt gevormd door water en walkant en in een rechte lijn loopt, zoals volgens hem blijkt uit veldwerk 21. Ook verwijst hij onder meer naar een koopovereenkomst en een situatietekening behorende bij een bouwvergunning. De bewaarder heeft het verzoek tot herstel afgewezen, omdat de grens op de kadastrale kaart overeenkomt met de grens op het brondocument veldwerk 12.
Aangevallen uitspraak
3.       De rechtbank heeft allereerst erop gewezen dat een belanghebbende op grond van artikel 7t, eerste lid, van de Kadasterwet onder opgaaf van redenen aan de Dienst een verzoek tot herstel van dat gegeven in de BRK kan doen indien hij gerede twijfel heeft omrent de juistheid van een in de BRK opgenomen gegeven dat krachtens deze wet als authentiek is aangemerkt. Vervolgens overweegt zij dat uit de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II 2005/06, 30 544, nr. 3, blz. 18 en 20) van artikel 7t van de Kadasterwet kan worden afgeleid dat met deze bepaling is beoogd een regeling te bieden voor het ambtshalve of op verzoek herstellen van misslagen.
4.       Dit houdt in, zo vervolgt de rechtbank, dat er sprake moet zijn van een verschil tussen het aangedragen brondocument en de BRK. Het verzoek tot herstel kan zich alleen richten tegen het feit dat de bijwerking van de gegevens uit het brondocument in de registratie niet juist is. Het verzoek tot herstel kan niet worden gebruikt als men het niet eens is met het resultaat van de bijwerking. Tegen het resultaat van de bijwerking is namelijk in het verleden bezwaar mogelijk geweest.
5.       Vervolgens heeft de rechtbank vastgesteld dat het overzichtsveldwerk, veldwerk 12, leidend is geweest voor de bewaarder en dat wat betreft de grens in geding op dat overzichtsveldwerk niet wordt verwezen naar veldwerk 21. Gelet op de toelichting behorend bij veldwerk 12 en op het feit dat de grens in geding daarop bijna volledig is voorzien van een siënna bies, volgt de rechtbank de bewaarder in het standpunt dat veldwerk 12 het brondocument is dat bij de beoordeling van het herstelverzoek van [appellant] dient te worden betrokken.
Over de vraag of er een discrepantie is heeft de rechtbank geoordeeld dat aan de situatietekening behorend bij de bouwtekeningen uit 1945, en de feitelijke situatie zoals die volgens [appellant] al jaren is, niet het gewicht gehecht kan worden dat [appellant] daaraan gehecht zou willen zien. Reden daarvoor is dat het brondocument bepalend is voor de weergave op de kadastrale kaart. De rechtbank heeft over de meetgegevens geoordeeld dat [appellant] er weliswaar terecht op heeft gewezen dat veldwerk 12 geen meetgegevens bevat van de grens in geding, maar dat niet is gebleken dat dit brondocument onjuist is vertaald naar de digitale kadastrale kaart. De oude kadastrale kaart is analoog en deze is omgezet naar een digitale versie waarin, in tegenstelling tot vroeger, nu wel met coördinaten wordt gewerkt. Er is dus geen sprake van een discrepantie, aldus de rechtbank.
Hoger beroep
6.       [appellant] betoogt in zijn hoger beroepsschrift dat de rechtbank er ten onrechte van is uitgegaan dat de grens in geding op veldwerk 12 is voorzien van een siënna bies en dat daarom sprake is van een ingetekende grens. Dat is volgens hem onjuist. Hij betoogt dat de bewaarder ten onrechte is uitgegaan van dit veldwerk 12 in plaats van veldwerk 21.
[appellant] voert hiertoe aan dat de beoordeling van de bewaarder niet eenduidig is, omdat beide veldwerken brondocument worden genoemd. Dat de bewaarder voor de bepaling van de grens kiest voor veldwerk 12 omdat veldwerk 21 een schetsmatige weergave is, vindt hij niet juist want ook veldwerk 12 is volgens hem schetsmatig. Hij stelt dat er dus in het geheel geen meetgegevens beschikbaar zijn van deze situatie bij het Kadaster. Volgens [appellant] is bij veldwerk 12 sprake van een ingetekende grens en volgens de bewaarder is bij een ingetekende grens de ligging van de kadastrale grens bepaald door de ligging van de grens op de kadastrale kaart. Dit bevestigt volgens [appellant] dat er bij veldwerk 12 evenmin meetgegevens beschikbaar zijn. Het is volgens hem dan ook opmerkelijk dat de bewaarder bij haar standpunt blijft dat er een grensreconstructie kon worden uitgevoerd, zonder dat er meetgegevens verkregen uit het terrein beschikbaar zijn. Dit is volgens hem opmerkelijk omdat een grens dient te worden gevormd op basis van authentieke meetgegevens en die zijn in dit geval niet aanwezig.
[appellant] stelt tot slot dat het weliswaar klopt dat op de toelichting bij veldwerk 12 de grens gedeeltelijk is voorzien van een siënna bies, maar dat dit juist voor het stukje grens in geding niet zo is. Er is voor wat betreft dat gedeelte dan ook zelfs geen sprake van een ingetekende grens, aldus [appellant].
Beoordeling hoger beroep
7.       Op grond van artikel 7t, eerste lid, van de Kadasterwet is de bewaarder bevoegd om op verzoek van een belanghebbende een in de basisregistratie kadaster genoemd gegeven te herstellen. Dat doet de bewaarder op basis van authentieke gegevens. Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 2 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1174, kan uit de wetsgeschiedenis van artikel 7t van de Kadasterwet (Kamerstukken II 2005/06, 30 544, nr. 3, blz. 18 en 20) worden afgeleid dat met deze bepaling is beoogd een regeling te bieden voor het op verzoek herstellen van misslagen in de basisregistratie kadaster. Een verzoek tot herstel kan gericht zijn tegen het feit dat de bijwerking zelf onjuist of onvolledig is geschied omdat de bijwerking niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig het resultaat van bevindingen. Het verzoek kan niet gericht zijn tegen het resultaat van de bevindingen, dat aan de belanghebbende is medegedeeld.
Gelet hierop heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat in dit geval alleen ter beoordeling staat of de in de BRK vermelde gegevens berusten op een misslag. Er is onderzocht of de gegevens in de BRK overeenstemmen met de gegevens in het brondocument.
8.       De gronden over het gebruik van brondocument 12 die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 8 tot en met 14 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. Hieraan voegt de Afdeling nog het volgende toe. Bij veldwerk 12 gaat het om een ingetekende grens. Een ingetekende grens wordt gebruikt als er geen meetgegevens bestaan, wat bij veldwerk 12 het geval is. De rechtbank heeft geoordeeld dat niet is gebleken dat de bewaarder dit brondocument, veldwerk 12, onjuist heeft vertaald naar de digitale kadastrale kaart. De overige stukken waar [appellant] op wijst zoals de kaart behorende bij de koopakte kunnen daar niet aan afdoen. Uit geen van die stukken blijkt dat niet van veldwerk 12 kan worden uitgegaan omdat de grens daarop is ingetekend. De Afdeling concludeert dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat veldwerk 12 het brondocument is en dat er geen discrepantie bestaat met de gegevens uit de BRK. Het verzoek tot herstel is daarom terecht ongegrond verklaard. Dat bij de grensreconstructie met nummer 452 wordt verwezen naar het overzichtsveldwerk 12 en daarbij de coördinaten uit de kadastrale kaart zijn gebruikt, maakt dit ook niet anders, omdat de grensreconstructie niet ter beoordeling staat.
Conclusie
9.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen, moet worden bevestigd. De bewaarder hoeft geen proceskosten te betalen.
Overschrijding redelijke termijn
10.     De redelijke termijn, die uitgangspunt is voor de afdoening van bestuursrechtelijke geschillen die bestaan uit een bezwaarprocedure en twee rechterlijke instanties, is in dit geval vier jaar. De redelijke termijn vangt aan op het moment waarop het bestuursorgaan het bezwaarschrift heeft ontvangen. Zie de uitspraak van de Afdeling van 15 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2209.
11.     De procedure is aangevangen met het bezwaarschrift van 24 september 2021 en geëindigd met de uitspraak van de Afdeling van vandaag. De procedure heeft in totaal vier jaar en bijna drie maanden geduurd. De redelijke termijn is daarom met bijna drie maanden overschreden. Van bijzondere omstandigheden die aanleiding kunnen geven een langere behandelingsduur te rechtvaardigen, is geen sprake.
12.     De overschrijding van de redelijke termijn is in dit geval geheel toe te rekenen aan de Afdeling3. Omdat de overschrijding aan de Afdeling is toe te rekenen, wordt de vergoeding van de schade uitgesproken ten laste van de Staat. Uitgaande van een forfaitair bedrag van € 500,00 per half jaar dat de redelijke termijn is overschreden zal de Afdeling de Staat der Nederlanden (minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties) veroordelen tot betaling van € 500,00 aan [appellant].
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen;
II.       veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van   Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties) om aan [appellant] een schadevergoeding van € 500,00 te betalen.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I.W.M.J. Bossmann, griffier.
w.g. Wissels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Bossmann
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 december 2025
314-1106
Bijlage
De Kadasterwet
Artikel 1
1.       In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
(…);
- authentiek gegeven: in een basisregistratie opgenomen gegeven dat bij wettelijk voorschrift als authentiek is aangemerkt;
- basisregistratie: verzameling gegevens, waarvan bij wet is bepaald dat deze een basisregistratie vormt;
(…);
- brondocument:
1°. in de openbare registers ingeschreven of anderszins door de Dienst gehouden document, of
2°. besluit of gewaarmerkt afschrift daarvan;
(…);
- kadastrale grens: op basis van inlichtingen van belanghebbenden en met gebruikmaking van de bescheiden, bedoeld in artikel 50, door de Dienst vastgestelde grens tussen percelen;
- kadastrale kaart: kadastrale kaart als bedoeld in artikel 48, derde lid;
Artikel 7s
1.       Indien de Dienst constateert dat de weergave van een authentiek gegeven als bedoeld in artikel 7f, tweede lid, of 7g, eerste lid, in de basisregistratie kadaster niet in overeenstemming is met dat gegeven, als opgenomen in een brondocument of, ingeval een authentiek gegeven wordt afgeleid uit een brondocument, dat gegeven niet juist en volledig daaruit is afgeleid, herstelt de Dienst ambtshalve dat gegeven in die basisregistratie.
[…]
Artikel 7t
1.       Indien een belanghebbende gerede twijfel heeft omtrent de juistheid van een in de basisregistratie kadaster opgenomen gegeven dat krachtens deze wet als authentiek is aangemerkt, […], kan die belanghebbende onder opgaaf van redenen aan de Dienst een verzoek tot herstel van dat gegeven in de basisregistratie kadaster doen.
[…]
Artikel 7n
1.       "Een bestuursorgaan meldt aan de Dienst, onder opgaaf van redenen, zijn gerede twijfel omtrent de juistheid van een in de basisregistratie kadaster opgenomen gegeven dat krachtens deze wet als authentiek is aangemerkt."
2.       De Dienst neemt na ontvangst van een melding als bedoeld in het eerste lid een beslissing omtrent wijziging van het betreffende authentieke gegeven. (…).
4.       De beslissing, bedoeld in het tweede lid, is een besluit in de zin van de Awb."